Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

va la paleur d'anémone avecl'orfroides chapes"').

Een vreemde toon kwam in de taal met de nieuwe emotie, een nieuwe teerheid, vreemd aan die van het Alexandrijnsch-Romeinsche natuur sentiment en aan het gemengd bucolisch-erotische sentimentalisme van het decadente Hellenisme,2) de teerheid der deernis, van smart en erbarmen, de glorificatie van lijden en tranen,3) De strijdhaftige spanning der phrase, die nog het proza der Christelijke Apologeten bezat,—en die na den dood der middeleeuwsche mystiek wederom het proza heeft geregeerd van de drie laatste eeuwen litteratuur, — week omstreeks de tiende eeuw voor de zachtgebroken cadans der Sequenzen, de ,,lumina" en „colores" der oude rhetoren voor de ééne zoete woordmelodie van het mystieke Latijnsche proza.

Het is een verouderd vooroordeel, de woord-

1) La tin Mystique Préface.

2) Verg. met den Paaschhymnus van Venantius (Kehrein p. 136): Ecl. K, 40, Plin. H. N. XVI, 25, Verlaine's „C'est la fête du Wé, c'est la fête du pain."

3) De woorden „Sunt lacrimae rerum et mentem mortalia tangunt" (Virg. Aen. I, 462) bedoelen niet het ontroerde beschouwen der dingen, de ontroering van het enkele beschouwen zooals Goncourt ze verstaan heeft. (La maison d'un artiste, Préface), maar droeve herinneringen, tranen gesuggereerd door het zien der voorwerpen. In de bovengenoemde hymne van Venantius Fortunatus is de regel over den wijnstok: „Caudice de secto lacrimat sua gaudia palmes" van een geheel nieuwe sptritueele visie. Hoe rustiek is hierbij de passage van Plinius over de bloesems der boomen in de lente : „Non ome es florent et sunt tristes quaedam, quaeque non sentiunt gaudia annorum."

88

Sluiten