Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geestelijk aandeel van Huysmans in het ontstaan van dit werk betuigen de menigvuldig aangehaalde meeningen van des Esseintes en het verzoek des auteurs aan zijn wegbereider, bij den ingang des tempels den geloovigen den ritus te wijzen. Dat hij dit heeft gedaan met de scherpe stem en toorngebaren van een die ijdel predikte in de woestijn, en nü eindelijk de gemeenzaamheid ducht der profanen, dit is misschien te betreuren. Maar niet is te loochenen, dat het fonds van dit werk reeds acht jaar geleden is uitgesproken in de zevenden bladzijden over de Latijnsche lectuur \ van des Esseintes.

In menig opzicht deelt de auteur de antiklassieke gevoelens zijns voorgangers. „Seule, r- que Ton soit croyant ou non, seule la httérature i mystique convient a notre immense fatigue."

Hij betoogt de superioriteit der mystieke boven de antieke litteratuur, de woorden citeerend van Ernest Hello „Quant a Saint Jeröme, il a créé le magnifique idiome dans lequel il a parlé. Tacite et Juvenal sont des balbutiements humains de la langue, que saint Jeröme a parlée divinement", en zooals hij Marius Victor boven Statius stelt als meester der woordkunst, en de Liguori als moralist boven Seneca, zoo dunkt hem de ziel dezer asceten rijker aan idealiteit, dan die van Horatius „ce vieux podagre egoïste et sournois", maar, — voegt hij er aan toe, „il s'agit moins de détruire les vieilles admirations que d'en créer dautres."

De platte benaming „decadent" voor de Latijnsche mystieke poëzie vernietigt hij met die

90

Sluiten