Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wiens tijd nog niet eens schijnt gekomen, zelfs bier in ons land niet, het geestelijke vaderland van den grooten eenzame, die ten onzent van den beginne het best begrepen en bemind is geworden ?

Tegen Wagner kan een reactie komen* niet tegen Beethoven* wiens rijk eerst waarlijk beginnen zal. als het eens uit zal zijn met zijne „romantische" en moderne navolgers* die tot kleinpittoreske arrangementen vervormden wat Hem was geweest de groote Liefde, de groote Hartstocht, Maar neen* laten wij niet ondankbaar zijn tegen Mendelssohn en Schumann* zelfs niet tegen Brahrns, dezen raadselachtigen. koelelegischen vormen-verUefde, — zij hebben allen onze jeugd verblijd en verrijkt, en zullen ons een spiegel zijn bij het komen der rijpere jaren. Zij waren de jeugd dezer eeuw, althans de beide eersten, tot wie Brahrns ongeveer staat als Rückert en Platen tot Heyne en Chamisso. Maar is thans ook niet deze jeugd voorbij, en zijn wij niet ietwat ontgroeid aan deze poëeten ? Als dat zoo is, dan zullen wij rijp zijn voor de hoogheid en diepte van mystiek levensbegrip, geopenbaard in de 10 laatste quartetten en de Missa Solemnis van Beethoven, en in dezen zin is het wellicht geoorloofd, in dezen Beethoven het voorspel te zien van heel de artistieke en intellectueele golving dezer eeuw. Ook hierom is het waarlijk wel van gewicht, het gevoel voor de grenzen levend te houden, als men ziet, hoezeer bij de samenstelling onzer concerten een bewust begrip van stijl en rang nog veelal ontbreekt*

95

Sluiten