Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

perceptie van dezen diepdenkenden dichter, dat de bovengenoemde woorden werden gegeven.

Wat ons nu belang inboezemt, ons allen, tot wien de toonkunst dieper spreekt, dan tot de ooren alleen, wien ook niet enkel het Hart open staat voor haar openbaring, maar ook de Geest — want het enkele Gevoel zochten wij slechts, als het water zoeken tot lessching en den steen tot rustplaats wie kwamen vermoeid en dor uit de doode woestijn van het vroegere burgerlijk-kritische Holland — wat ons nu belang inboezemt, is de gedachte, hoe de toonkunst zal zijn een organisch geheel van het aesthetische, intellectueele en ethische leven der toekomst, en het is daarom, dat ons óók in de toonkunst het probleem van de verhouding van den enkeling tot de gemeenschap, van de lyriek tot het drama belangrijk dunkt, en zoo ook de stelling van Nietzsche tegenover Wagner, als van dit probleem een variatie en afspiegeling tevens.

En niet alleen op zichzelf is het van belang, Nietzsche's meening te leeren kennen, maar ook —en in nog meerdere mate — te begrijpen, hoe hij, in verband met zulk een inzicht, later kon komen tot de hardnekkigste en verbitterdste loochening van zijn eenmaal vergoden meester.

Maar nu is juist in dat door Nietzsche omschreven contrast van de „dansende" en „zwemmende" beweging het essentieel verschil tusschen de instrumentale (symphonische) „oudere" muziek en de nieuwe, op het drama toegepast gelegen, en het groote probleem, in hoeverre de ééne symptoom der „décadence" zou zijn en de

ioo

Sluiten