Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen voor was gegaan, waarvan nog onlangs het jongste werk van Maurice Barrès getuigenis gaf (Du Sang, de la Volupté et de la Mort), een geestesrichting, die zoowel aan de middeleeuwschchristelijke mystiek, waarnaar Wagner in Parsifal verlangend de armen uitstrekte (vergeefs 1 vergeefs !), als aan de uit Schopenhauers leer voortvloeiende moraal der wilsverzaking in hooge mate vijandig is, en een merkwaardige evenwijdigheid in neigingen van melodie en gedachte is het ontwijfelbaar, dat Nietzsche met dezelfde blinde vooringenomenheid Bizet stelde tegenover Wagner, als waarmede Stendhal Rossini stelde tegenover Mozart en Beethoven.

Laten wij dus, om te begrijpen hoe Nietzsches muzikale meeningen met zijne phüosophische in verband staan, te voren tot het muzikale karakter van dit geding terugkeeren en eerst vernemen, hoe Wagner als antwoord op het kort te voren verschenen werk van Nietzsche „Menschtiches AUzumenschuches" (1878) (dat, behalve deze objectieve beschouwingen, ook eenige onmiskenbare teekenen van de verwijdering tusschen den psycholoog en den magiër bevat), de grenzen bepaalt tusschen de lyrisch-symphorusche en de op het drama aangewende toonkunst, „tusschen twee wijzen van de muziek aan te wenden, uit wier vermenging zoowel de stijlverbastering in de eene, als het onjuist oordeel over de andere ontstaat. („Ueber die Anwendung der Musik auf das Drama. Wagner, Gesammelte Schriften X).

De eenheid, die de essentie is van ieder kunstwerk, wordt in de symphonie, volgens Wagner,

X03

Sluiten