Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingen hierin ons van den meester moeten emancrpeeren en tevens inzien, dat de pogingen van Liszt, tot het stichten van een nieuwen rehgieusen stijl, slechts pogingen zijn gebleven, — zonder dat wij twijfelend aan de absolute overbodigheid van het opvoeren der lang reeds verouderde Oratoriums van Mendelssohn en Schumann, en van de zoovele moderne, die reeds voor de geboorte waren gestorven, en die zelfs niet door de bemiddeling der Heiligen — noch door de heilige Cecilia, noch door den heiligen Franciscus van Assisi, noch door den heiligen Bonifacius, — het eeuwige leven deelachtig zullen worden ?

En is het niet een droevig-onnoozele vergissing, te denken, dat de traditie eener vorige periode, zooals die door de school van Mendelssohn en het Conservatorium te Leipzig (en zijns gelijken) zou vertegenwoordigd zijn, voor de uitvoering der werken van Bach en Handel, Mozart en Beethoven de juiste zou wezen, en moet men zich al niet met muilezelachtige koppigheid voor alle onderricht uit de geschriften van Wagner hebben gesloten, om niet te weten, hoezeer en hoe uitsluitend deze machtige geest geroepen was, eene traditie voor de voordracht en de zoo dikwijls noodige retouche der instrumentatie van de werken dier meesters te stichten ?

En zou — met betrekking tot Wagners eigene werken — het hoogere stijl-inzicht en de studie van Wagners geschriften ons niet hoe langer hoe meer in plaats van de concertuitvoeringen de dramatische opvoering doen verlangen — wat ook van den beginne het streven des heeren

109

Sluiten