Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

„Het verhevene/' zegt Nietzsche in zijn beruchte brochure „der Fall Wagner", „is gemakkelijker dan het schoone" — maar hij bedenkt in zijn hartstocht niet (men zou het intellectueele overprikkelbaarheid kunnen noemen, het koortsige tempo van dit angstig-schoone geschrift wijst reeds op de afwezigheid van alle zelfbeheersching), dat beide termen in hare volle kracht elkaar omvatten, evenmin, dat zijne bepaling van den stijl der litteraire decadence—dat het leven niet meer huist in het geheel, dat de bladzijde leeft ten koste van het boek, en het woord ten koste der bladzijde — allerminst op Wagner van toepassing is, en het is duidelijk, dat hij, sprekende van eenige overeenkomst tusschen Wagner en de Goncourt, zich aan subtiliteiten te buiten ging. Bovendien is het begrip decadence, bepaald door een evenzeer relatief contrastbegrip, bij den philosoof Nietzsche een ongeoorloofd residu zijner philologische beroepsstudie, in hare kortzichtige kritische methode, en in strijd met Zarathustra's leer van de eewige wedergeboorte aller dingen.

Het criterium der decadence, in den zin van Nietzsche, is de lijdensbegaafdheid en de wü te lijden en te doen lijden, of het onvermogen daartoe, de scherpzinnigheid en hst van het intellect in het vinden van behoed- en heilmiddelen daartegen, welke de symptomen zijn van de rijzende of dalende linie des levens.

Een van de groote geestelijke verschijnselen, die zoo de symptomen van het leven in dalende

ixx

Sluiten