Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitnemendheid kennen, dit wil zeggen, als den verkondiger van het phüosophisch idealisme in de toonkunst, den lyricus in den modernsten zin van het woord, namelijk in dien graad van lyrisch vermogen, die gelijkelijk oorzaak en gevolg is van het drama der zielebewegingen.1)

Van dezen subjectieven toonkunstenaar nu kennen wij de Missa Solemnis als het subjectiefste zijner werken, dit wil zeggen, als dat onder zijne werken, waarin de strijdvolle, lijdende zielestaat in haar wisselwerking met het lyrische pathos, dit is de tot muzikale intensiteit verhevene zelfbeschouwing en zelfgenieting, zich met de volste welsprekendheid openbaart. Nergens nu treedt deze subjectiviteit helderder en zelfbewuster te voorschijn, dan juist in dit werk, waar de grootst mogelijke objectiviteit, — door het feit van een liturgisch-dogmatischen tekst als substraat van het muzikale gebouw — zoo niet vereischt, dan toch minstens gemotiveerd ware.

Hier nu openbaart zich een verschijnsel, dat als probleem zeer nauw verwant is aan het in het voorafgaande aangeraakte, en in 't algemeen met de geheele geestelijke ontwikkeling van de eindjaren dezer eeuw.

Het is de zelfheerlijkheid van het individu tegenover het dogma en de natuur.*)

*) Zie „Mïlodie en Gedachte" en „Dilettantisme".

*) „Alles voor hen is natuur, emanatie en tevens verhulling der godheid, en de namen der dingen zijn thans aan de dingen zelve gelijk, want niet reëeler is hun het ding dan dé naam." (Le Latin Mystique, pag. 79)

144

Sluiten