Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beethoven in zijne Missa Solemnis aan de vocale muziek heeft gegeven.

Deze beteekenis, zegt hij in zijn zonderling tweeslachtig1) geschrift „Beethoven", was tot dusver vreemd aan de met instrumenten verbondene vocale muziek, die, door de bijmenging van het instrumentale bestanddeel, eenmaal voor goed hare zuiverheid verloren had. Alleen in de kerkelijke composities van Bach was deze verhouding anders, daar de instrumenten hier slechts steun en versterking aan de stemmen boden, die op zich zelve met de vrijheid en bewegelijkheid van het orkest behandeld waren. Naast deze onbegrepene kerkelijke cantates ontwikkelde zich de kerkelijke toonkunst, door de overheersching der opera, tot steeds grooter decadence.

En nu was het, volgens Wagner, de roeping van Beethovens genie, uit deze disgregatie der vocale en instrumentale elementen een nieuw organisch geheel, een vocaal-instrumentaal orkest, van verhoogd expressief vermogen te scheppen.

„In zijne groote Missa Solernnis", zegt Wagner, „bezitten wij een zuiver symphonisch werk, van het echtste gehalte van Beethovens geest. De zangstemmen zijn hier als menschelijke instrumenten behandeld, geheel en uitsluitend in die verhouding tusschen het vocale en instrumentale, welke Schopenhauer terecht als de eenige Ware had aangemerkt: de tekst wordt in deze groote compositie niet naar zijne logische beteekenis

*) Door de afhankelijkheid van den schrijver tegenover Schopenhauer.

147

Sluiten