Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In denzelfden geest zegt Niebühr: „Wir mussen die Grammatik (im alten Sinne) genau irme haben. Aber wenn wir auch die glanzendsten Emendationen machen und die schwersten Stellen vom Blatt er klaren können, so ist es nichts, und blosse Kunstfertigkeit, wenn wir nicht die Weisheit und Seelenkraft der grossen Alten erwerben."

Geen wonder, dat bij het licht dezer ruimere opvattingen vele tot op dezen tijd gehandhaafde dwalingen der „Renaissance" verbleeken, tot groote vermeerdering, zooals men weet, van de kennis der Middeleeuwsch-Christehj ke litteratuur, en het mag een verblijdend verschijnsel genoemd worden, dat een hoogleeraar in de philologie begint met het begrip „decadence" als onwijsgeerig en onhistorisch, en van het Latijn als „doode taal" te verbannen. Wordt het uitgesproken, dat de geest van het schoolsche classicisme in directe tegenspraak is met dien der antieken zelve, het optimisme van den Heer Kuiper omtrent de huidige beschaving, dat hier en daar door zijne woorden heen schemert, wekt het vermoeden, dat de paden, die Nietzsche voerden tot een diepere psychologische kennis der Grieken, door hem nog niet zijn betreden.

Het wezen der Socratische en Alexandrijnsche cultuur te hebben omschreven, zal de onvergankelijke roem van den philoloog Nietzsche blijken. De door hem over die wereld ontslotene inzichten zullen het best in staat zijn, de beteekenis en waardeverhouding van den kritischen

165

Sluiten