Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

resignatie, zijn krachtige en milde melodie, zijn fijnen, stillen, matgouden orkestklank, in dezen tijd, waarin de instrumentale muziek bezig is zich in excentriciteiten te verhezen, een exceptioneele verkwikking mag heeten.

Als men na de verleden Zondag door Averkamp uitgevoerde Mis „Ecce ego Joannes" denkt aan „Also sprach Zarathustra" van Strauss (en de titels en de snelle roem van het laatste geven aanleiding tot die gedachteverbmding), dan gevoelt men, ondanks zijn groote bewondering en genegenheid voor de kunst van Strauss, de scherpe tegenstelling tusschen het groote van vroeger en het „groote" van nu en hoe de grootheid bij het antieke een geestelijke was, en bij het moderne een materiëele is en hoe bij het moderne lichtvaardige oppervlakkigheid van denken, de klare lichte en diepe innerlijke waarheid van het andere vervangt, en men verbaast er zich over, hoe het thands Smulders gegeven was, een orkestwerk te schrijven, waarin de deugden dier oude kunst naar verhouding op zoocompleete wijze gevonden worden. En de woorden van Verdi, die men althands van hem citeert, komen ons in de gedachte: „Ritorniamo al antico", „laat ons tot het oude terugkeeren", en wij vragen ons af: wat beteeken t het, dat Verdi „der Attila der Kehlen" (Bülow) tot „het oude" wil terugkeeren ?

Zou hij neo-palestrynsche muziek willen maken, zou hij, als de Regensburger school, 3 eeuwen van immense kunstontwikkeling willen negeer en, de fijnheid van het moderne gehoor, de groo ter e complexiteit der moderne gewaarwording willen

168

Sluiten