Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waardoor dat gedeelte van zijn werk als het verhevenste mag beschouwd worden, wat deze eeuw in die lijn heeft voortgebracht. Het dorische thema, waarop dat gedeelte gebouwd is, kan als een geniaal voorbeeld gelden, hoe men zelfstandig iets ongehoord schoons kan scheppen, versterkt door de aanschouwing en overweging dier gewijde antieke melodieën.

De eerste, die het nog onzekere bewustzijn had van dit kunstprincipe, was Liszt. Maar Liszt was te weinig vocaalcomponist en nog te zeer in het onware, zoetelijke en pseudo-realistische pathos der romantiek bevangen, om het ideaal van zijn leven — de muzikale formule te vinden voor de religieuse aandoeningen van den modernen mensch — te kunnen bereiken. Het Te Deum van Verdi getuigt ook van dit verhoogde aesthetische inzicht, want bij den aanhef „Te Deum laudamus", bezigt Verdi de gregoriaansche intonatie van dezen overouden grieksch-byzantijnschen volkszang. Wie nimmer deze wereldmelodie, waarbij de verhevenste en machtigste zangen der grootste kunstcomponisten verbleeken, door een groot koor van knapen- en mannenstemmen gezongen, door de gewelven van een Cathedraal heeft hooren bruisen, die weet niet, wat een volkslied in zijn hoogste en monumentale beteekenis kan zijn. Om de wijze, waarop Verdi deze melodie en andere in den loop zijner compositie gebruikt heeft, om de wijze, waarop hij de vrije gregoriaansche woordmelodie op de pijnbank van den muzikalen rhythmus gespannen heeft, zonder ze zoodanig tot zijn eigendom te maken,

174

Sluiten