Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwkeurig deze verhoudingen ? De scheppende tcordrunstenaar is zich zijner zielsarithmetriek met bewust als hij in tonen dicht, van hem zou men deze kennis niet moeten verlangen, zij zou hem zelfs doodelijk kunnen zijn, zooals het wekken van het bewustzijn den slaapwandelaar, die veihg langs afgronden wandelt. Maar wie onder de grammatici en aesthetici der tconkunst heeft ooit het muzikale pentafcel, de formule, die het geheim der verhoudingen verklaart, kunnen ontdekken ? Wat bedoelde dan Ambros, wanneer hijhet een bedenkelijk teeken vond, „dat de schoone klassieke vormen werden verbroken en de grondslagen van het muzikale gebouw aan het wankelen gebracht"?

Is dit niet een oordeelen naar den beperkten maatstaf van onzen tijd, die zijne begrippen over muziek aan de periode van Haydn tot Beethoven ondeende, of kon Ambros bewijzen, dat de eurhythmie van Beethovens symphonieën eene aan eeuwige en niathematische wettengebondene was? Om nu tot het uitgangspunt terug te keeren, wilde ik zeggen, dat het typische, steeds wederkeerende verschijnsel, in de geschiedenis der muziek, de strijd is tusschen de kunst van het natuurlijke buiten den mensch en die van het geestelijke in hem, een strijd, die dus eigenlijk neer komt op de vraag: is de muziek het orgaan, zooals Wagner zich uitdrukte, van den ,,innnerlijken" of van den „uiterlijken" mensch ? Als men wil zeggen, dat

*) Zie Mr. Henri Viotta. Muaekkroniek, Tcleer. 36 Maart 99. ^

179

Sluiten