Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het orgaan is van den „innerlijken mensch" en dat zij de zichtbare wereld slechts kan verklanken door het medium van den tot droom verijlden indruk der zinnen. Want slechts in de herinnering krijgt het aanschouwde muzikale beteekenis, de muzikale beschouwing der zichtbare wereld is steeds eene mystieke, dit wil zeggen, eene uit innerlijke, niet uit uiterlijke aanschouwing geborene.

En hiermede zijn de composities van Strauss uit de laatste jaren veroordeeld. Ook de schrijver dezer regelen heeft over Strauss in blijde illusies verkeerd, onder den machtigen indruk van Strauss' eerste optreden alhier met „Don Juan" en „Tod und Verklarung", zijne twee beste, ondanks enkele gebreken schoone, ware, bijna geniale werken, die blijven en Strauss' naam nog zullen doen leven, wanneer „Don Quichotte" en „Zarathustra" reeds in vergetelheid, te midden van andere muzikale rariteiten, zullen bedolven zijn.

De verschijning der „zestienstemmige" koren heeft mij uit dien waan gewekt, maar nog grooter werd de teleurstelling bij „Zarathustra" en „Don Quichotte". In deze zoogenaamd „zestienstemmige" koren gaat de componist zoo mogelijk in tekstverkrachting nog verder, dan Brahrns in zijn „Nanie" en men zou wanen, dat hij nooit van Palestrina noch van Wagner gehoord had. Het is waar, dat ook in deze koren treffende, overweldigende en enkele geniale momenten worden gevonden, maar des te meer is het te betreuren, dat een zoo groot talent zich door de razende zucht tot experimenteeren en vooral tot het

185

Sluiten