Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetenschap als levensverschijnsel geschat en gewaardeerd had. en dat te midden van personen, wier gemeenschappelijk credo dat van de „zuivere", „ideëele", of „vorauszetzungslose" wetenschap is, „die haar doel in zich zelf vindt". Wie enkel de toespraak van den heer De Boer tot zijne leerlingen had gelezen of gehoord, zou in dezen waan kunnen vervallen, — reeds spoedig echter blijkt het dat dit een waan is, dat met den titel: „Nietzsche en de Wetenschap" bedoeld wordt Nietzsche's „beteekenis voor de wetenschap" ') dat de redenaar „more philologorum" beoogde, Worte über Worte te geven, en dat hij zich juist in tegenstelling met Nietzsche plaatst „in de groote gemeenschap van hen, die, hoe verschillend, hun religieus, ethisch, politiek of aesthetisch ideaal ook moge zijn, samenwerken bij het wetenschappelijk onderzoek" 2).

Niet hoe Nietzsche het probleem der wetenschap opvatte, wilde de heer De Boer uiteenzetten, maar wat „de wetenschap" aan Nietzsche kan hebben, en hoe „zelfs de mystieke Zarathustragedachte", „doorgedacht", „ons tot een zeer te waardeeren werkhypothese (!) kan leiden". Immers Jaat de heer De Boer daaraan voorafgaan : „Wij hebben andere idealen, al ware het alleen maar een weirug menscheHjk benaderende waarheid zonder alle bovenmenschelijkheid" 8).

l) Pag. 7. *) Pag. 45-

3) Met „alle" bedoelt de schrijver buiten twijfel „eenige" en wil waarschijnlijk met deze vage woorden te kennen geven, dat hij de hypothese van den Ueber-

13

193

Sluiten