Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rato met oneindig vele zwevingen van af sostenuto tot con moto, en men kan er volkomen dezelfde analogie op toepassen, die Nietzsche constateert tusschen „die unmathematische Schwingung der Saule von Pastum", en „die Modification des Tempo's: Belebtheit-an-Stelle eines maschin en haften Bewegtsems"1)*

Ten eenenmale dwaalt de heer De Boer, als hij zegt, dat de kenmerken van den stijl der „décadence"ook aan Nietzsche's stijl eigen zouden zijn, en wanneer hij in deze zaak Nietzsche zelf als getuige oproept, daar deze zelf zou hebben geweten dat hij een „decadent" was. De heer De Boer weet toch wel, dat de woorden van Nietzsche in de voorrede van „der Fall Wagner" t „Wohlan 1 Ich bin so gut wie Wagner das Kind dieser Zeit, will sagen ein decadent' in „biologischen" zin, en in verband met zijn toekomstphilosophie bedoeld zijn, krachtens welke Nietzsche in die beruchte brochure Wagner bestrijdt. Dat daaruit zou volgen dat Nietzsche ook als stylist „decadent" zou zijn, kan ik niet toegeven. De criteria althans van den decadenten stijl, zooals hij die in genoemde brochure opsomt2) zijn in geen geval op Nietzsche's stijl van toepassing. Hoogstens in „der Fall Wagner" zou men een spoor daarvan kunnen aantreffen. Dat Nietzsche wist, wat Cicero bedoelde als hij schreef: „est autem in dicendo quidam cantus obscurior", wat de Romeinsche redenaar meende, als hij

x) X, 353. Alleen wat betreft de werken uit N.'s twee laatste periodes heeft de heer B. gelijk. *) Fall Wagner, cap. 7.

307

Sluiten