Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

5

' daarvan blijft ons gegund. Hierin zou onze eenige kans op bevrediging gelegen zijn.

Voor wie dit pessimisme aanvaardt, bepalen lust en onlust de heele levenswet, die ieder mensch zichzelf stelt in vol* strekte soevereiniteit. Moraal en ethiek verworden hier tot ficties, die de mensch goed zal doen te overwinnen, daar anders de ware vrijheid en de grootst mogelijke genieting der wereld niet bereikbaar zijn. De hoon, de beginselloos, heid, het sarkasme van Multatuli, Stirner's leer van den eenling, de tegenwoordige praktijk van het materialisme in de maatschappij, zijn het besluit van dezen ontwikke* lingsgang van het denken en gevoelen.

Deze ontbinding van den geest, deze vervlakking en amoraliteit hebben zich artistiek uitgesproken in het natu* ralisme, dat van Deyssel eenmaal hield voor het begin eener nieuwe cultuur, waarvan het realisme een zwakke, onbewuste aankondiging zou zijn geweest. Het is echter het einde van een ontwikkeling, die de renaissance inzette, toen zij niet zoozeer de natuur ontdekte als haar verhief boven den geest; in zijn miskenning van ziel en geest, liever levend bij den gloed der zinnen dan bij het licht der wijsheid, zich overleverend aan veelheid en bewogenheid, zwelgend in roes en onrust, is het onmenschelijk. Wanhoop en tweespalt, hoogmoed en zinnelijkheid zijn de teekenen, waarmee het gemerkt is. Door het behagen in het bedorvene verraadt het zijn decadentie; zijn lust in den schoonen schijn van het innerlijk onwaarachtige en booze is vlakweg satanisch.

Er ligt een moment van wanhoop in de levensopvatting der naturalisten. Door hun tragisch levensfeest schrijnt het heimwee naar de verloren zekerheid; in den schoonheids* roes trachten zij het verlies der innerlijke rust te vergeten, bij den gloed der ontroering het alles.verhelderende licht, waarin de mensch de natuur eenmaal zag in eenheid onder de veelheid harer bonte verschijningen. Bij alle artistieke verrukking om de schoone uiterlijkheid der dingen, roept

Sluiten