Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

7

strijd. De verheidenschte cultuur van de na*renaissance was uitgebloeid en ging in decadentie ten onder. Van geen inkeer wilde zij meer -weten; de tijd van de barbaren was daar,- om het groote werk der regeneratie te doen. Het barbarenwerk is ditmaal toegedacht aan het proletariaat. De tijd van de volksverhuizingen is voorbij; het nieuwe ras in zijn barheid en zijn kracht komt dezen keer öp uit het eigen milieu. Van binnen uit, van onder op wordt ditmaal de menschheid getuchtigd en gezuiverd.

Maar de antieke barbaren, vernietigers van de decadentie, waren zelf dragers van een ideaal of tot het aanvaarden daarvan vaardig en bereid. Dezen keer echter staan de cultuurzaken slechter geschapen. De verwildering heeft de massa zelf aangetast; het bederf heeft ingevreten tot in de onderlagen en de moreele ontwrichting is algemeen. De menigte van nu is machtig in destructieve kracht, maar gering in vermogen tot geestelijk herstel. De omvorming van de materieele ordening, van voortbrenging, verdeeling en verbruik, maakt het heele evangelie uit, waarmede zij een nieuwe wereld wil stichten. En het zijn waarachtig niet alleen de rasechte marxisten, die van dit vermetel ver* trouwen in de economie bezeten zijnl

Terwijl alle orden, geestelijke, maatschappelijke en staat* kundige, uit hun verband scheurden, worstelde het katho* licisme om zijn wereldlijke emancipatie, welke het in de toekomst het herstel van mensch en maatschappij mogelijk moet maken. De geest van het Christendom, de eenige kracht, die den mensch met de gemeenschap verzoenen kan, was geweken. Hoogstens leefde hij voort bij wijze van onbewuste traditie, om te worden uitgedreven, zoo gauw hij werd onderkend. ^Jij het peilen van de mensch* heid haalde ik menigen ouden godenkop op? hoonde Nietzsche; en met zijn tijdgenooten samen trapte hij de godenkoppen stuk, waar hij kon. Op de herleving van den christelijken geest wacht de wereld, hetzij verlangend, hetzij afwijzend; vporloopig raakt zij alvast aan de bekentenis

Sluiten