Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

9

ook, zij zijn, bij alle verschil* Van Eeden, de zoeker. De tegenfiguren in de verwikkelingen kunnen met recht worden opgevat als de gedachten, waarmede hij heeft gestreden en die hij heeft verworpen of aanvaard.. Deze lyrische trek, die van haast al zijn werken een belijdenis maakt, spreekt in het verhaal van Johannes bizonder sterk.

Als door een ironie van het lot opende de Nieuwe Gids met dit sprookje, dat met zijn ethische tendenzen de ar* tistieke beginselen der tachtigers verloochende. Wel was Johannes in zooverre van tachtiger ras, dat hij onevenwichtig leefde op zijn gevoel, maar de schoonheidsontroering is hem immer inwijding tot het leven, geen uitviering daar* van. «Poëzie om het leven» is zijn houding tegenover «kunst om de kunst». Maar pas jaren later, tegenover Johannes Viator en zijn ethische meditaties geplaatst, zouden de tachtigers zich van de tegenstelling bewust worden.

'Met ethische tendenz en al — gedeeltelijk juist als gevolg daarvan — is de Kleine Johannes een uitermate gevaarlijk, verwarrend boek, te verleidelijker door de_ pracht van het zuivere Nederlandsch, waarin voor het eerst de volle open* baring was uitgeschreven van het schoon van Hollands duinen. Jonge menschen, met nog geen tucht over hunne aandoeningen, raken er geheel van aan het droomen; zij leeren stuurloos drijven op den stroom der poëtische ont* roeringen. De opvatting, dat aan de spontane, fijne emotie de autoriteit toekomt over het innerlijke leven, wordt hier met ieder woord gesuggereerd; het onderscheid van aan»i doenlijkheid en verstandelijkheid wordt voorgesteld als een I onherroepelijk conflict, waarin de eerste de hoogste rech* ten heeft. Johannes denkt en mediteert immer van uit zijn onbeheerschte gevoeligheid; dit moge een kind te vergeven zijn, maar het is den mensch geraden, hem hierin niet na te volgen. De tegenstelling tusschen het teedere ge* moedsleven — overigens schitterend beschreven — en de barre werkelijkheid, tusschen den fijnen Johannes en de ruwe menschen, wordt als onoplosbaar voorgesteld. De

Sluiten