Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

in het klare licht der waarheid vindt de mensch den bestendigen vrede. Mediteerend over de diepste levens* problemen, laat Johannes zich gaan op zijn gevoeligheid; de geestelijke beheersching, een van de eerste condities voor de peiling van de vragen des levens, is hem voor* alsnog vreemd. Door de commentaren aangeduid als het algemeene kind — waaruit in het vervolg van de historie de algemeene mensch zal groeien — is hij in veel opzichten heel erg een kind van zijn tijd.

In andere, gewichtige opzichten, is hij al dadelijk zijn tijd te boven; en hierop komt het aan voor een beschouwing, die den groei van het ware inzicht in dezen ontwikkelings* gang poogt te onderscheiden.

Ofschoon overgevoelig voor de leelijkheid, houdt Johannes bij de orienteering in het leven den maatstaf van goed en kwaad hoog boven dien van schoon en onschoon, voor het geval het onderscheid van ethisch en aesthetisch zich als dilemma stelt. Met deze houding van Johannes neemt Van Eeden stelling tegenover de tachtigers, wien de schoon* heid de hoogste uitdrukking van het leven was en de moraal een ondergeordende bijkomstigheid. Het gaat voor hem onmiskenbaar om het goede, gerechte leven, waarin de schoonheid tenslotte niet meer dan middel is. Voor de tachtigers echter was het gerechte leven bijzaak, van mindere waarde dan bijvoorbeeld een schoone versregel.

Kunst om de kunst, dat wordt in de praktijk des levens onder anderen: smart om de stemming en stemming om het vers. Wie de smart, behalve als bron van schoone gedichten, begrijpt als middel tot loutering, staat buiten en boven de tachtiger levensopvatting. Hij erkent in den mensch ethische tendenzen en mogelijkheden, waarvoor in de amoreele opvatting der Nieuwe Gidsers geen plaats was. Zeer gedecideerd plaatst de ethische Van Eeden zich tegenover hen, die zwoeren bij den schoonen vorm; onder de ervaring der smart stelt hij zich de levensvraag aldus: hoe word ik beter door het leed? — en niet: wat gewin

Sluiten