Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEn's ONTWIKKELINGSGANG

15

wereldwijzen en wereld vergeten glimlach, wat een bekoring maakt dat uit voor den innerlijk verscheurden, vertwijfelden westerling!

Totdat eenmaal de mensch in hem ontwaakt met zijn wil tot bestaan en begrijpen en hij zich tegen het Boeddhisme te weer stelt als tegen den dood zijner ziel zelf. De vol* maakte christen is zoo denkbaar als de vervulling van het leven zelf; ondenkbaar is echter de volstrekte Boeddhist. Wat Van Eeden aangaat, hij miste zelfs den aanleg daar* toe. Met al zijn zin voor «renunciatie», en al zijn ver* bijstering over de booze begeerlijkheid en haar weerslag in het leed, zijn de bestaanswil en de begeerte tot bewust inzicht in hem te sterk, dan dat hij in het Boeddhisme bevrediging zou vinden. Het woord renunciatie ligt in den mond van den dichter bestorven; de zin voor versterving leeft in den mensch Van Eeden; in «Johannes Viator» zal hij het leven concipieeren als een opvolging van onthech* tingen en stijgingen onder de inspiratie van iets als een genadige verheldering van buitenaf. Voelde hij intuïtief, dat de mensch op zichzelf den grooten tocht niet vermag te bestaan? Maar dat gevoel ware niet Boeddhistisch. In de hoogste mate affirmatief, staat. hij vierkant tegenover het Boeddhisme, dat het heil in de ontkenning van het leven zoekt. Wat hij zich inbeeldde over eigen beleving van deze wereldbeschouwing, de menschelijke natuur gaat bij hem boven de leer; zij breekt door, eer zelfs het Lied der Smart is uitgezongen. De bevrediging, na de loutering door het leed, blijft jammerlijk uit; bij gemis aan innerlijke rust, zingt hij schoone verzen over een passieven staat van geluk, waarvan het te bezien staat, of een rasecht boeddhist dien nirwana zou heeten. Het heeft er veel van, of de dichter met zijn prachtige beelden den mensch Van Eeden den vrede suggereeren wil, dien de smart niet heeft gebracht. Hij heeft goed willen, dat «voor zijn onbewogen oogen rezen de vizioenen van dit wereldwezen, als dingen niet voor hem geboren», maar voor die onbewogenheid —

Sluiten