Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

19

over de schending van het recht in zijn volheid mogelijk; en alleen het berouw, niet bitterheid of weemoed, is het beginsel van de loutering. Goed en kwaad een oogenblik voor even wezenlijk houdend, komt Johannes' gemoed in opstand tegen de gedachte, dat het kwade zou hooren tot het wezen der wereld. Hij vindt er een sophisme op: «In allen is het kwade, maar zij zijn allen goed.» De deelen deugen niet, tenminste onder bepaald opzicht niet, maar het geheel, dat zij constitueeren, klopt en sluit. Voor wie zulke redenaties verduwen kan, heeft het leven inderdaad geen raadselen. De macht van het knagende zelfverwijt weet hij te breken met het zelfbedrog, dat weliswaar de werken der zinnen ieder op zichzelf meestal boos zijn, maar goed als geheel. De tegenstelling tusschen Marjon en de zuster wordt niet opgelost, alleen voor een afschut welijk misverstand verklaard.

riet verhaal van Johannes, den reiziger, is het droef verhaaL van vele verdolingen. Maar wij willen zijn poging om het eigen leven eerlijk te richten op waarheid en menschwaar*' digheid laten gelden boven zijn afdwalingen. Met de zuiverste intentie tracht Johannes te stijgen tot de bewustwording van de kosmische liefde, die al het geschapene in stand en bijeen houdt. Een verzoening der tegendeelen wordt hier tenminste beproefd en de intelligentie wordt gespannen tot de onderkenning van de scheppende en ondérhoudende kracht, actief en onbewogen onder de veranderlijkheid der vervlietende verschijnselen. Tot welke sophismen zijn onvaste, bedrieglijke redeneering hem-ook moge vervoeren, Johannes erkent immer Marjon als de ideale, de zuster als de booze eh de verwerpelijke. Marjon is hem bepaald iets hoogers dan een poëtische figuur, wie de rol zou zijn toebedeeld, met lyrische zangen de ethische meditaties af te wisselen. Zeer diep uit zijn, immer tot vroomheid geneigd, gemoed, is zij gegroeid; een innig ingeschapen intuïtie, dat de mensch uit eigen kracht niet bij machte is den levensgang te be* staan, vindt in Marjon gestaltenis. Dit is haar schoonheid

Sluiten