Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

tegenover Satan vast met de in schijn vaderlijk gevoelde, in wezen pantheïstische gedachte bekentenis, dat Hij hem «een deel zijns harten» schonk. De keizerin Eudoxia, een van de velen, die in de aardsche sfeer de gevolgen hebben te verduren van het weinig hemelsch geding tusschen God en Satan, kondigt aan, dat zij doodelijke zonde gaat doen, om vlak daarna te bidden, neen te raaskallen: «Ik kon niet anders, Vader, o vergeef.» Wie denken mocht, dat een hopeloozer vertroebeling van de begrippen van vrijheid, zonde en vergeving niet mogelijk is, verdiepe zich in verzen als de volgende:

«Moet ik dan, of ik liever 't goede deed,

doen wat ik kwaad weet, wijl dit God zoo zegt

en er geen uitweg is.»

Als sophisme overtreft deze jammerklacht alles, zelfs in dit treurig spel van rechtsverkrachting. God tot zondebok maken, het zou een toppunt van goddeloosheid zijn, wannéér de volle kennis bij hem, die zoo'n aantijging beging, aan* wezig was geweest. Van God en Jezus maakt hij de ver* dedigers van een kwade zaak, van een mythologie vol tegenspraken, die vooral onhoudbaar is tegen een gewieksten duivel als deze Satan, wien al de kritische kracht van Van Eeden in het brein is gevaren. Zoo ongoddelijk mogelijk gebonden door Anangké, over vrijheid, zonde en verlossing even verward van inzicht als de dichter zelf, moet Jehovah het opnemen tegen een cynischen duivel, wien geen enkele breuk of contradictie in dit troebele pleidooi ontgaat. Déze Satan — overigens een, meesterlijke uitbeelding van den decadent — heeft makkelijk spel met dit christendom; in hem vernielt de dichter zijn eigen misvattingen op het stuk der christelijke wereldbeschouwing. Het is of Beëlzebub hier den duivel uitdrijft.

Niet de decadente geest van ontkenning, waarin toch de intelligentie is toegespitst, wordt door dezen Satan ver* tegenwoordigd, maar het meest vulgaire onverstand. In

Sluiten