Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

27

denkwijze van het vorige geslacht vertegenwoordigt. Er is een onverzoenlijke geestelijke vijandschap tusschen den vader en den zoon, maar niet tusschen deze en de devote, katholieke moeder. Trots en vrome gezindheid worstelen in Vico. Voorloopig wint het de hoogmoed; en hij boet voor die hoofdzonde in al de moreele afdwalingen, die er uit voort* komen.

Het Katholicisme blijft van Eeden's goede kwelling. Het mag tijdelijk naar den achtergrond wijken, op het beslis* sende oogenblik bat het zich met volle kracht gelden, wan* neer de eindstrijd wordt gestreden voor het Tabernakel, in den schemer van het Roode Lampje.

III

Het Lied van Schijn en Vlezen vond bij het tegenwoor* dige geslacht naar verhouding weinig waardeering. Het is een poëem voor de toekomst; wie, in later tijd, weten wil, hoe uit den onvrede en de tweespalt van vroeger een verjongd geslacht zich opworstelde in beheersching en samenvatting, zal dit gedicht niet ongelezen kunnen laten. Hij zal er de kracht van een toekomst in voelen, die hèm tegenwoordig* heid is en werkelijkheid. Veel gedachten zal hij er verouderd in vinden, veel opwerpingen en twijfel uit den tijd geraakt, maar in het geestelijk timbre zal hij het dagen der zeker* heid onderkennen. Boven de pracht der verzen uit, zal hij het vooral schoon vinden van een menschelijkheid, die te midden van ondergang en ineenstorting zich te weer stelde, met onvervaarden moed zich zette tot het leven naar binnen toe. In de straf volgehouden beschouwing, waarmede hier orde wordt geschapen in de veelheid der ontroeringen en gepeinzen, kondigt zich een nieuwe levensstijl aan, na de stijlloosheid van het naturalisme.

Wanneer deze tijd eenmaal begrepen wordt als een einde en ontbinding en zelfs zijn schoone schijn geen stand meer houdt voor de zelfkritiek der menschheid, zal het Lied van Schijn en Wezen om zijn poging tot synthetiseering der

Sluiten