Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

levensverschijnselen, tot een omvatting van zélf en samen* leving en wereld in één kosmisch verband, worden aan* gemerkt als een stellige uiting van cultureele herleving. Het scheppende, immers ordenende gebaar van den dichter zal groot worden gevonden, zoolang de mensch mensch blijft, in zijn diepste ziel begeerig naar harmonie en rust. Wanneer het cultuurleven zal zijn hersteld op den grond* slag van een gedecideerde levensbeschouwing, diè het in al zijn geledingen bezielt, zal de geestelijke stijl van dit gedicht tot den mensch spreken door den stram gegoten uiterlijken vorm en zal hij in die strenge, soms stroeve verzen de intonatie der wijsheid hooren. Het zal niet als de hoogste wijsheid worden aanvaard; maar, in den rustigen toon der overpeinzing, waarin schijn en wezen hier onderscheiden worden, zal het latere geslacht, tot innerlijke beschaving gekomen, een nieuwe zekerheid, een herwinning van zelf* bezit hooren aanklinken. De architectonische bouw, de hechte aaneenklinking der terzinen, zullen vooral bewonderd blijven als blijken van een edelen zin voor stijl en monumen* taliteit in poëzie en leven beide.

• Systematisch, onder aanvaarding van bepaalde, overwogen en juist bevonden beginselen, uitgaande van de ervaringen van den reflecteerenden geest, wordt hier een levensleer opgebouwd. Het kennende zelf en zijn gewaarwordingen en werkingen worden critisch onderzocht; onbewust wordt dus de scholastiek, in het bizonder hare criteriologie, uit de verte gevolgd. Het verstandelijk individualisme wordt hier verheven tot de redelijke reflexie, die uit de ervaringen de kennis poogt te winnen van het andere, van de wereld daarbuiten. Een «Heilige Linie» wordt in de wereld onder* kend, een «richting van genade» naar eenig doel en ver* vulling; het licht van het finaliteitsbegrip begint voor Van Eeden te dagen. Abstractie van de veelheid der verschijn» selen moet den weg openen tot de kennis der wereldwetten. De rede schept niet, maar omlijnt en ordent, zingt de dichter; met aanvechtingen van germaansch idealisme heeft

Sluiten