Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKEUNGSGANG

wreede spel speelt, waaraan feitelijk alleen door zelfmoord zou zijn te ontkomen. Tenzij daarna — maar daarvan weten wij niets.

«De geschiedenis van een vrouw. Hoe zij zocht de koele meren des Doods, waar verlossing is, en hoe zij die vond. Haar naam heet ik Hedwig Marga de Fontayne. Een Hol* landsche vrouw, maar met het bloed in zich van uitheemsche voorouders.» Met deze zinrijke woorden leidt Van Eeden Hedwig's levensverhaal in.

Door de jacht naar geluk is ook zij aangegrepen; een overgevoelige zinnelijkheid drijft haar rusteloos voort. Ook haar werken leven en omgeving tegen van jongs af aan. Het uitheemsche bloed verdraagt zich slecht met de Hol* landsche nuchterheid. Het alledaagsche leven is haar een kwelling en drijft haar tot verzet, wat haar omgeving be* antwoordt met haar reeds als kind uit te werpen in de gevaarlijke eenzaamheid der onbeheerschte fantasieën. Zij heeft het leven tegen zich en zij zal, naar het zich laat aanzien, tegen zijn overmacht evenmin bestand zijn als Madame Bovary. Naarmate zij ontwaakt, worden hare af* dwalingen droever; het is, als overwoekert de macht der sensualiteit haar groeienden geest, die, door haar zinnelijkheid gewekt, daar jarenlang niet onderuit komt. Ieder licht, dat over haar leven verrijst, wordt verduisterd door den onzaligen brand van haar t temperament. Van 's levens ironie krijgt zij haar bitter deel; in haar huwelijk, dat de vredige oplossing moet brengen, treft zij den uitzonderingsmensch, geëigend om haar ten verderve te drijven. Tusschen physieke on» voldaanheid en geestelijke genegenheid wankelt zij naar omlaag. Den volledigen vrede weet zij niet te winnen; het geestelijke geluk meent zij te vatten in het huwelijk, het zinnelijke in de zonde, en beide ontsnappen haar; geheel mensch van lichaam eri ziel beide, laat de eenzijdige bevrediging haar onvoldaan. Haar begeerte naar de volledige omvatting van het leven, haar gelukshonger en haar ge* voeligheid voor den schoonen schijn der liefde, sleuren

Sluiten