Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

37

menten. Zij ontkenden den wezenlijken aard van de diepste processen der menschelijke natuur en verklaarden deze voor louter inbeelding onder den invloed van het zinnen» leven. Tot de mystiek toe was voor hen het produkt van erfelijkheid en sensualiteit; er is daarom zelden een onwaar» achtiger boek geschreven dan „Le Rêve".

Na Madame Bovary was geen verdere ontwikkeling van het naturalisme meer mogelijk; onvruchtbaar in zijn mis» kenning van 's menschen meest vitale vermogens, was het ten ondergang gedoemd. Onbevredigd door een levens» wijsheid, wier laatste woord was, dat wij niets weten en niets weten zullen, wendde de mensch zich weder tot het spiritualisme. Terwijl de menigte verwilderde en de samen* leving ontredderde, het materialisme van den katheder in maatschappelijke daad werd omgezet, trad in de eenzame denkers de groote zwenking in, waarvan het verhaal van Hedwig Marga de Fontayne's leven en lijden een der eerste teekenen in de literatuur was. Daarin wordt het wezenlijkste romanprobleem gesteld, om welks oplossing zich, min of meer bewust, ieder menschenleven beweegt: de bepaling van de verhouding van den mensch tot zich» zelf, tot de wereld en tot God. Het streven naar die oplossing maakt de groote worsteling uit van ons aardsch bestaan.

In Mad ame Bovary is, bij alle bewogenheid, dit streven niet aanwezig; maar Hedwig, aan zooveel verzoeking onderhevig als de andere, bindt den goeden strijd aan. Vol menschelijke zwakheid, leeft zij, de zonde tegenstand biedend, een menschwaardig bestaan. Met de beschrijving daarvan sprak Van Eden zijn geloof in 's menschen vrijheid uit, in de mogelijkheid, om, onafhankelijk van temperament, de booze verzoekingen te weerstaan.

Sluiten