Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

55

van Gods vrijheid zelf. Deze meditatie, waarin de ziel zichzelf voldoende tracht te zijn, is zeker de goede niet; de mensch gaat hier in tot zijn diep hart, niet opdat God zal verheven worden, maar in de verwachting, om aan het eind zichzelf verheven te bevinden tot het zelfbewust* zijn Gods. Deze pantheïstische zelfbeschouwing, die wordt ingegeven en bestuurd door een hoogmoed van volstrekten aard, kan nimmer voeren tot de volledige bevrediging.

In ieder geval had van Eeden de intellectueele bekoring der zinnen, de macht van het materialisme, volledig be* zworen. Deze groote verleiding, waarmee het menschdom in de negentiende eeuw was bezocht, had op hem definitief geen vat meer. Ook hierin vertegenwoordigt hij den modernsten mensch. Bij alle onzekerheid, voldoet hem het leven bij brood alleen noch intellectueel, noch naar het gemoed. De menschelijke natuur, geest en zinnen beide, heeft in hem met de materialistische leer, zoowel als met de practijk afgerekend; de filisterlijke wetenschap, die op iedere vraag een stopwoord had, maar voor geen enkele wijsgeerige lacune een sluitstuk, laat hem onvoldaan.

Terwijl de menigte die wetenschap omzet in daden, begint het spiritueele leven zich te herstellen onder het nadenkende deel der menschheid, dat genoeg vermogen tot concentratie heeft behouden, om 's menschen innerlijkst wezen te. be* grijpen als van anderen aard dan de materie. Het oneindige kwelt hen meer dan ooit; waarheen? waar vandaan? waartoe? aan de beantwoording dier vragen is den modernsten mensch weer alles gelegen. Als denkwijze overwonnen, werkt het materialisme in de massa na als wijze» van»doen. Maar dit wil meteen zeggen, dat het onafwendbaar zijn einde nadert. Als geestelijke bekoring heeft het zijn macht verloren; de menschheid heeft den Booze dit wapen uit handen geslagen; als geheel is zij er verder ongevoelig voor.

De bezoeking is van gestalte veranderd. Vele zijn de wegen Gods — en ook die van Satan. Als vair een pool de tegenpool, valt bij iederen weg, die tot God voert, de j

Sluiten