Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

57

kenbaar zijn gelegen'in de sfeer van het helsche; zij zijn te gevaarlijker, naarmate zij glanzen in een schijn van hemelsche waarheid. De spiritistische bekoring, Sedert de ontwapening van het materialisme pandemisch over de menschheid ge* komen, is denkelijk demonisch, al is het niet uitgesloten, dat ook het spiritisme iemand nader tot de bekeering brengt.

In zijn strekking kan zelfs deze vorm van spiritualisme een opgang beteekenen, maarmetde kwade kans op een diepe neerstorting er bij. Na de materialistische vervlakking en verruwing is de geestelijke decadentie, het behagen in het spel met de machten der andere wereld, waaraan men kans loopt zijn ziel en zaligheid te verliezen, het nieuwe en oneindig veel grootere gevaar. Men heeft den duivel te gast, eer men het weet; het gaat geleidelijk aan, van ijdel tijd* verdrijf af tot geestelijke perversiteit toe, heel «van lieverlee».

Van Lieverlee —; Van Eeden heeft het gruwelijk gevaar begrepen, den gang naar" omlaag gezien, die met gelief* hebber in het bovenzinnelijke begint, om tusschen de ver» doemden te eindigen. Dilettantisme is immer verwerpelijk, als miskenning van het leven; het dreigt duivelsch te worden, wanneer de mensch liefhebbert in het oneindige en het volstrekte. Dit is een gruwel van schaamteloosheid en heiligschenning. Een kruisiging ophangen tusschen Rops en Beardsley, en knielen bij alle drie — die houding des doods wordt inderdaad vertoond. Gevaarlijk is de helling van dit soort spiritualiteit; het kan beginnen met een onschuldig vermaak als van Lieverlee, die zijn fleurig costuum met Gods reine bloemen probeert samen te stemmen tot een kleur* accoord; maar het einde is de uiterste duisternis. Wie buiten de Kerk staat,, stelle zich tegen het dilettantisme ten minste te weer met de daad. In de daad, vooral in het werkelijk gemeenschapsleven, is de regeneratie te vinden; daarin wordt de zin, de piëteit voor het wezenlijke en waarachtige onder* houden en leert de mensch beseffen, dat het leven geen spel is. Dan zal het geweten hem weerhouden van onwaardig en onedel spiritualisme, bedreven met bezoedelde handen

Sluiten