Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN'S ONTWIKKELINGSGANG

61

Evangelie verborgen liet, problematisch. Van den anderen kant valt hier een verandering van levenshouding vast te stellen — de auteur tracht, nadat alle andere middelen zijn uitgeput, bij het christendom te rade te gaan. Hij zet zich in de leerschool der christelijke levenswijsheid met goeden wil, in nederige gezindheid. In die stemming van nederig» heid is de poging om de Tien Geboden te overtreffen, vrijwel de eenige dissonant. Die wending naar het christen* dom toe is in het verband van zijn ontwikkelingsgang van meer beteekenis dan de wijze, waarop hij het geheim van Jezus' verborgen leven trachtte te benaderen. Wat daar, fictie zij of niet in het vroom gestemd verhaal, die wending was werkelijkheid.

IX

Eén moment in den ontwikkelingsgang van een bekeer* ling ontsnapt aan iedere analyse; er blijft een geheim over, dat nooit tot den grond toe te peilen is. Van natuur en genade is de bekeering de uitkomst; maar in het beslis* sende oogenblik sprak God alleen en er is geen sterveling, die daarover kan navertellen. Dit blijft het geheim, waar* van de bekeerling zelf slechts stamelen kan. Over de werk= zaamheid der natuur, de voorbereiding der ontvankelijkheid, valt te spreken; het verhaal dier werkzaamheid vóór en na het ondeelbaar oogenblik, waarop de genade insloeg, kan geschreven worden. De toenemende geneigdheid van den wil ten goede, de zuivering van. den geest tot ont* vankelijkheid voor de waarheid, de feiten, waarin deze zich openbaart, dat alles is onder woorden te brengen, alleen het moment, waarop de ziel met God alleen was, niet.

Geen bekeerling kan zich over dat oogenblik volledig verklaren. Zelfs de belijdenissen der, ook in zelfbeschou* vnRSt grootste bekeerlingen vertoonen een breuk — neen geen breuk, maar één voor het oog van den oningewijden beschouwer spontane verspringing uit de diepte der on*/ zekerheid naar een hemel van inzicht. Tot Augustinus toe,

Sluiten