Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FREDERIK VAN EEDEN's ONTWIKKELINGSGANG

69

Het ervaren van de machteloosheid van de significa.wanneer het er op aankomt zekerheid aangaande de geheimenissen Gods te verwerven werd Van Eeden's louterendè tuchtiging. Het moet hem tot de grens van wanhoop hebben gedreven - vooral omdat hij in het klooster het feit van het ge* lukkige leven in duurzame bevrediging onmiddellijk voor oogen had. Want zooveel werd hem zeker, na alle ont* goochelingen in de wereld daarbuiten: de monniken zijn gelukkig en als het geluk ook voor mij bestaat, dan is het hier te vinden. Ook dit openbaarde zich aan hem, die zoo de kwellingen kende van het pijnlijk bewuste leven en wien het voor alles te doen was, om de zuivere verhouding van de eigen persoonlijkheid ten opzichte van zichzelf, van de medemenschen en van God; in de klooster* lingen heeft de gave, standvastige individualiteit stand gehouden, die overal is verminderd of verloren gegaan. De monniken hebben karakter; zij zijn in waarheid vrij,' j onder discipline en orde; met hun dogma's vertoonen ze standvastige levensrichting te midden van de zoekende menschheid; in hun onthechting stroomt het eenige goede ^ hun toe, waaraan de mensch hecht tot in de meeste straffe ! ascese toe, te weten de innerlijke vrede. Dat was een openbaring. Daar viel niet aan te twijfelen; deze groote | menschenkenner vergiste zich niet in de aangezichten der kloosterlingen, waarover de glans van den vrede der ziel onmiskenbaar was# gespreid. Dat moest iets zijn van een hoogere orde dan 'de schamele bevrediging der onbewuste* lingen; karakter en bewustheid zaten hun in de trekken gegrift. Hier was dus de verzoening van persoonlijkheid en tucht gevonden. De onderwerping der persoonlijkheid bleek hier redelijk en waardig.

Met den bizonderen Van Eeden, in den beginne natuur* hjk overbewust van de geweldigheid van zijn psychologisch geval, hebben de kloosterlingen weinig gesproken, volgens kloosterlijken regel. Het woord was aan het feit van hun leven, en dit heeft goed monnikenwerk gedaan. Het heeft

Sluiten