Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n.1. waarvan wij, in het huidig stadium van onze kennis, niet weten waartoe hunne wisselwerking zal leiden".*) Zoo verklaart zij, dat er „in onze prognose ten opzichte van de maatschappelijke ontwikkeling, althans in dit stadium van onze kennis der wetten van de maatschappelijke ontwikkeling en menschelijke psyche, nog een groot element van onzekerheid blijft, dat ook de methode van het historisch-materialisme, hoe vruchtbaar zij zij, om ons het verleden te ontsluieren, het tegenwoordige te doen begrijpen en ons op het spoor te leiden van de richting der maatschappelijke ontwikkeling, niet bij machte is ons zekerheid te verschaffen over de toekomst."

Mevrouw Roland Holst gevoelt, dat het perspectief hetwelk zij hier opent, sommigen van haar geestverwanten zal verschrikken: naar mijn meening volkomen terecht, want de twijfel dien zij koestert, kan wel worden tot „een der uitgangspunten van vernieuwing, niet slechts op organisatorisch en tactisch, maar ook op theoretisch' gebied", doch dït alleen binnen het kader van de wereldbeschouwing van het dualisme, hetwelk volstrekt onvereenigbaar is met het metaphysisch monistisch en historisch materialisme, en zich daarmee zóó weinig verdraagt, dat hij, die gelooft aan dé werking van zelfstandige, ideëele krachten in den mensen, absoluut breekt met geest en strekking van het marxisme. 2)

In de Economist van 1918, onder den titel „Marxisme, materialisme en revisionisme", in het Tijdschrift voor Wijsbegeerte van 1920 onder den titel: „De wijsgeerige grondslag der marxistische staathuishoudkunde", heb ik reeds eenige beschouwingen gewijd aan het fundamenteele vraagstuk, hetwelk mij in de volgende blad-

*) Zie de laJeiding vam De revolutionaire inassa-afctie. „Tegenover de oude generatie leggen rij, (die rioh „revoluttanaire marxisten" noemen, nieuwen nadruk op de eigen aköviteit van den mensen, op lijn zedelijk-geestelijke eigenschappen, rijn inriöht, rijn wil en rijn liefde, ak op de werkelijke krachten ter vervorming der maatschappij en ter veriieffing der mensohihedd."

») Men vergelijk» Merbij Gearg Adler, die in rijn studie „Kodbertus, der Begrttnder des wissenschaftlichm Soziajlismus" schrijft, dat „Rodlbertue verwirft jene Meinung von angeblioh altagyptisc8»«n Ursprung, welohe den Mensahen als ein dualistisehes, aue Leilb und Seele bestehendes Wesen begireift. Er fasat viehnehr den Mensahen als ein dreieiniges Wesen aral, aus Geiat, Willen und materieüer Kraft oder aue Erkenntnis-, Bestimmungs- und Bewegungsvermögen bestehend" (bit. 8).

6

Sluiten