Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

innerlijk verdeeld is, en allerminst kan voeren tot de wordende wereldbeschouwing van het dialectisch monisme.

Het is dan ook zeer te betreuren, dat Mevrouw Roland Holst hier „geen poging zal doen om uiteen te zetten, hoe de ontwikkeling van biologie en psychologie ons dwingt de algemeene grondslagen van onze wereldbeschouwing te herzien": zij moge gelijk hebben met te constateeren, dat „in psychologisch opzicht de vulgair-symplistische interpretatie der ekonomische geschiedbeschouwing aansluit bij een tijdperk in de filosofie en de psychologie, waarin de menschehjke handelingen werden aangenomen uitvloeisels van het redelijk denken, het verstand, te zijn, en slechts de bewuste inhoud van het bewustzijn gold als de bron, waaruit die handelingen opwelden", nog geheel iets anders is het er „op te wijzen, hoe zoowel de bereikte hoogtegraad der biologische en psychologische wetenschap als de ervaringen van den wereldoorlog, de handhaving der door mij (R. H.) als mechanisch-symplistische aangeduide interpretatie van het ekonomisch determinisme steeds meer onhoudbaar maakt". Wanneer „de ontwikkeling der zielkunde als ervaringswetenschap ons heeft leeren begrijpen, hoe in de overgroote meerderheid der gevallen niet het verstandelijk inzicht, maar het blinde gevoel onze daden bepaalt", — bedoelt de schrijfster hier wat Rergson onder de intuïtie verstaat? — dan is het duidelijk dat haar aan de biologie georiënteerde levensbeschouwing juist datgene niet uit de biologie overgenomen heeft, wat haar meest waardevolle bestanddeel" is, nl. haar karakter van zuiver verklarende natuurwetenschap. Immers: het is hier juist om datgene te doen, wat ginds vermeden wordt, nl. waardeering der verschijnselen, en wanneer zij schrijft, dat de „zich baanbrekende biologische gedachte, dat de evolutie der organismen niet uitsluitend het resultaat is van mechanische aanpassing aan veranderingen in de omgeving, maar een element bevat van eigen drang, aktiviteit of intuïtie", miskent zu' — in zooverre zij hier pleit voor het recht van het concrete, individueele, persoonlijke —, het karakter der biologie als natuurwetenschap, die van alle waardebeoordeeling, ja van alle in betrekking brengen tot waarden, principieel afziet en af moet zien. Reroept Mevr. Roland Holst zich tenslotte op de „aan den mensen eigene aktiviteit, op zijn zedelijke en geestelijke eigenschappen", en op een „geheimzinnig eigen leven der ideeën", dan wendt zij zich niet tot den marxistischen, vermaatschappehjkten mensen, zooals zij dezen beziet onder het licht der

8

Sluiten