Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijke, toonen zij geen materialist en dus geen marxist te zijn.

De litteratuur over dit onderwerp is verbijsterend groot en ingewikkeld, en vooral het algemeen wijsgeerig gedeelte, logisch fundament van het geheele marxisme, stelt zware eischen aan de denkkracht van den lezer, ook al voldoet hij aan de voorwaarden, gesteld in de voorrede tot de eerste uitgave van „Het Kapitaal", nL iets nieuws te willen leeren en dus ook zelf te willen nadenken: het geschrift van den Groningschen hoogleeraar de Sopper: „Hegel en onze tijd" en zijn inaugureele redevoering „Naturalisme en levensfilosofie", hebben veel tot de verheldering van mijn begrip bijgedragen, en de deskundige lezer zal den invloed van dien arbeid op de volgende bladzijden telkens herkennen.

Tenslotte: ik heb getracht Marx uit achzelf te verklaren, en heb daarom voornamelijk rechtstreeks geput uit zijn arbeid en uit dien van Friedrich Engels, „mit dem ich (M.) einen stoten schriftlichen Ideenaustausch unterhielt"; den wijsgeerigen ondergrond hunner denkbeelden heb ik — wat tot heden, voor zoover ik heb kunnen nagaan, nog niet heeft plaats gehad — getoetst aan de geschriften van den arbeider-philosoof Joseph Dietzgen, op wien beiden zich beroepen, en die, aldus Engels, „die materialistische Dialektik, die seit Jahren unser bestes Arbeitsmittel und unsere scharffsto Waffe war, entdeckt hat, unabhangig von uns und selbst von Hegel".

J. A. EIGEMAN.

Rotterdam, 2 Februari 1922.

II

Sluiten