Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

garen, of een ander nuttig ding. Al zijn zinnelijk waarneembare gesteldheden zijn te niet gegaan. Het is ook niet langer het produkt van den meubelmakersarbeid of van het bouwen of van het spinnen of van een anderen bepaalden productieven arbeid. Met het nuttige karakter der arbeidsprodukten verdwijnt hef nuttig karakter van den aan hen besteden verschillenden arbeid, en verdwijnen dus ook de verschillende konkrete vormen van dezen arbeid, zij verschillen niet langer, maar zijn alle tezamen gereduceerd tot gelijken mensehelijken arbeid, abstract menschehjken arbeid.

„Beschouwen wij nu het overblijvende van de arbeidsproducten. Er is niets van hen overgebleven dan dezelfde spookachtige zelfstandigheid, een loutere gelei van onderscheidsloozen mensehelijken arbeid, d.w.z. besteding van menscheüjke arbeidskracht zonder te letten op den vorm van hare besteding. Deze dingen geven alleen nog te kennen^ dat bij hunne produktie menscheUjke arbeidskracht besteed, menscheUjke arbeidskracht opgehoopt is. Als kristallen van deze hunne gemeenschappelijke maatschappelijke substantie zijn zij hoeveelheden waarde".1)

Na ook hier wederom vooropgezet te hebben, dat de verdere gang van het onderzoek ons zal terugvoeren naar de ruilwaarde als de eenig mogelijke uitdrukking of „verscbjjningsvorm" der waarde, die evenwel vóór alles onafhankelijk van dezen vorm beschouwd moet worden, vervolgt Marx:

„Een gebruikslichaam of goed ,heeft dus slechts waarde omdat abstract menschelijke arbeid daarin is belichaamd of gemateriali seerd. Hoe wordt nu de grootte van zijn waarde gemeten? Door de hoeveelheid van de daarin opgesloten „waardevormende substantie", van den arbeid. De hoeveelheid van den arbeid wordt gemeten door zijn tijdsduur, en de arbeidstijd vindt weder zijn maatstaf in bepaalde tijdsdeelen, zooals uur, dag, enz.".

Alleen de hoeveelheid maatschappelijk noodzakelijke arbeid of de voor het vervaardigen van een gebruikslichaam maatschap-

*) Vgl. de omschrijving, diè Masarijk geeft van dezen geda-chtengaing: „Marx erklart, dass es beim Tausdhverkehr nicht auf den Nuteen ankommt; die ausgetauschteri Gtiter werden Waare und nur Waare. Als Waare hort das ausgetauschte Eisen auf, Eisen zu sein, der ausgetauschte Weizen hört aüf Wei-zen zu sein. Sie sind «ben Waare und nur Waare. Das Quale der Gebrauchswerthe schwindet, blos ihr Quantum entsoheidet; darum ist es völlig gleichgUtig, ob ich ein Haus, einen Tisch, einen Rock vor «nir habe — all das ist blos Waare, Product, Erzeugnis, das soviel und soviel kostet." (blz. 238).-

23

Sluiten