Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde algemeene wetten, die zich openbaren in het geheele natuurgebeuren: aangezien bovendien hersenprocessen en bewustzijnsyerschijnselen even onafscheidelijk van elkaar zijn als een mensch van zijn schaduw, en deze tegelijk met gene zouden ontstaan en vergaan, zich ontwikkelen en afsterven, normaal functioneeren en afwijkingen vertoonen, staan voor den materialist hersenen en bewustzijn in dit verband tot elkaar als een orgaan tot zijn physiologische functie.

Naar deze opvatting zou het ware wezen van een psychisch proces, zooals een gedachte, een gevoelen, een wilsuiting, eerst dan — maar ook dan volkomen — doorgrond zijn, wanneer het daarmee overeenkomend hersenproces in zijn eigenlijke, causale beteekenis en werking is blootgelegd: psychologie is voor den monistischen materialist, niets anders dan hérsenphysiologie.

In dit verband legt de materialist er den nadruk op, dat het beweren van het bestaan eener ziel, een geestelijk iets, afgescheiden en onderscheiden van het lichaam en met een eigen levensgrond, welke als zelfstandige draagster van bewustzijnsverschijnselen zou functioneeren, onwetenschappelijk en in strijd met alle ervaring zou zijn: „übrigens sei schlieszlich die Entstehung von Bewusztsein aus Materie nicht einmal als eine zu beweisende Hypothese, sondern vielmehr als eine unbezweifelbare, in der unmittelbaren Wahrnehmung gegebene Erfahrungstatsache zu bezeichnen". Het. woord „ziel", gelijk tevens „levenskracht", „ziektestof", e.d., zijn woorden, die in een wetenschappelijk betoog reëele beteekenis missen, immers, nooit als verklarende grondbegrippen, alleen als produkt van de werking der materie, als resultante van stoffelijke toestanden beschouwd kunnen worden.x)

*) Vgl. Hackel, Der Monismus als Band zwischen Religiion und Wissensohaft: „Wat wij kortweg „menschelijke zdeJ" noemen, is toch slechts de som ■van onze gewaarwordingen, ons willen en denken, de som van de physiologische functies,, wier oer-organen zijn de microscopische gaingliëhcellen van onze hersenen;

„hoe zich de ziel zelf — als functie der hersenen — ontwikkeld heeft,.

leert ons de vergelijkende psychologie."

Op dit standpunt staat bij ons Van Bavesteijn,- blijkens zijn rede in. de vergadering der Tweede Kamer van 16 Maart 1921, uitgesproken bij de behandeling van het wetsontwerp, houdende wettelijke bescherming van het diploma voor ziektenverpleging. ,,Het menschelijk lichaam is één geheel" —. „Br zijn geen aparte zielsziekten of lichamelijke ziekten, er zijn niets anders dan'ziekten in het algemeen". (Handelingen II, 1920—1921, blz. 1834).

34

Sluiten