Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand van alle atomen op een oogenblik kent, daaruit met behulp van de. algemeene bewegingswet eiken anderen toestand in verleden en toekomst compleet kunnen afleiden." )

Het moge nu waar zijn — en Mevrouw Roland Holst doelt volkomen terecht daarop —, dat de vroegere plaats van de mechanica in de natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing, in samenhang met de herleving, zij het in gewijzigden vorm, van het oude vitalisme, thans wordt ingenomen door de biologie, het blijft desniettemin een universeele waarheid, dat er in de wereld van de objecten der natuurwetenschap, het mogen psychische of physische zijn, voor waarden geen plaats is: in haar denkschema passen zij ten eenenmale niet. De natuurwetenschap en dus ook de biologie, keurt niet goed of af, zij prefereert niet en waardeert niet: zij neemt eenvoudig waar en verklaart. En al komen nu ook in ons land biologen als Bolk „tot het besluit, dat het leven niet is een gecompliceerd physisch-chemisch proces, maar een verschijnsel sui generis, een vormeigenschap, een element van het heelal, de manifestatie van een universeele primair7kracht, die naast selectie en aanpassing, het leidend beginsel is der evolutie", dit alles neemt niet weg, dat de nieuwere biologische wereldbeschouwing, wil zij niet ontrouw worden aan haar natuurwetenschappelijke relatie, nooit het ka-

•) Zie de Sopper, Naturalisme en levensfilosofie, blz. 4.

Het fundamenteele belang van dit standpunt blijkt o.m. hieruit dat Krabbe, ter constructie van zijn denkbeelden omtrent het rechtsbewustzijn, als oen'axioma op den voorgrond stelt, dat het rechtsgevoel als grondslag der rechtsnorm originair is, dat dit rechtsgevoel in'-de psyche van den mensch van nature geworteld is, dat thans in het recht gezien wordt een norm, die haar .verbindende kracht put uit de geestelijke natuur <v»n den mensch (De moderne staatsidee).

In Het Rechfsgezag erkent Krabbe, dat wij „ons hier bewegen op het gebied der psychologie, uit welke wetenschap de leer der rechtssouivereiniteit het inzicht van het origi<nadre karakter van het rechtsbewustzijn overneemt" (blz. 28). Juist op grond van het principieele, niet te overbruggen verschil van inzicht tusschen materialistisch en ideëel monisme, geloof ik dat wij niet kunnen spreken van „toet" rechtsbewustzijn van een volk, een natie: & b€b getracht dit in groote trekken aan te toonen in een artikel in Bet Rechtsgeleerd Magazijn, De staatsrechtelijke beteekenis van onze oorlogswet, 37e jaargang, blz. 49—53.

Het is dan ook mi. betwistbaar, dat ,jhet objectieve karakter der rechtsnorm met het feit van een in ons aanwezigen objectief werkenden maatstaf van zelf gegeven is". (Het Rechtsgezag, blz. 63).

37

Sluiten