Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

georiënteerde wereldbeschouwing moge "eenige meerdere ruimte van beweging laten aan het aktieve, doelmatig werkende aanpassingsvermogen van het „organisme", door te twijfelen aan de exactheid en zekerheid harer resultaten, door het aannemen van een groot element van onzekerheid in de prognose ten opzichte van de maatschappelijke ontwikkeling, toont zij geen vertrouwen te stellen in het einddoel, dat Marx voor oogen zweefde, toen hij „Het Kapitaal" schreef, en hetwelk hij aangaf als „het ontdekken van de natuurwet van de beweging der maatschappij, het ontdekken van de economische bewegingswet van de moderne samenleving."

Hetzij men zijne natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing oriënteere aan de mathematische natuurwetenschap en in de wetten van het mechanisch gebeuren de alomvattende werkelijkheid meent gegrepen te hebben, hetzij men die wereldbeschouwing oriënteere aan de biologie en het zelfstandig eigen leven der organismen verabsoluteert tot het eenige wereldgebeuren, voor een vraag naar waarden is noch hier noch daar eenige plaats: in het kader van hare voorstellingen en denkbeelden, die in hun diepste kern verklarend zijn zonder meer, past geen waardebeoordoeling, kan de beteekenis der waarden, waar ons geestelijk leven op steunt, niet gerechtvaardigd worden.*)

Deze materialistische levensleer, schoon nergens door Marx met even zoovele woorden beleden, en allerminst systematisch toegelicht, doortrekt het geheele werk van den stichter der Internationale: of men nu naar de oudere materialistische leer den mensch opvat als een hoeveelheid stof van bepaalde physische of chemische samenstelling — „een atoomvat met psychische vulling, een physisch-psychisch toestel, vastgeklonken in het natuurver-

*) Men vergelijke 'hierbij Masarijk, t.a.p. blz. 264:

„Von seinem TJltraobjeetivismus suoht und sieht Marx in der Waare die Arbeit als objectives Werthmass. Allein auch die Arbeit führt, wenm wir eingehender analysiren, zu sehr subjectiven Elementen — aber Marx, wie wir gleich sehen werden, analysirt die Arbeit nicht so genau, ihm genügt die sichtbare Bewegung, die todte und lebendige Maschine. Und dann scheint es ihm, dass in der Waare die Arbeit, wie er sagt, geradezu materialisirt iet"

Wanneer nu Masarijk vervolgt: „Auch in der Arbeit liegt ein sübjectives Element: die Eergie und ibre Intensitat, zum Schlusz also wieder — Wille und somit auch Motive", is dit niets meer en niets minder dan een kritiek op Marx' wijsgeerig uitgangspunt.

39

Sluiten