Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel dient den arbeider nu als geleider van zün werkzaamheid op het voorwerp, en zoo voegt bij aan de doode stof levenden arbeid toe: aldus „verandert de kapitalist waarde, d. i. vroegeren, verstoffelijkten, dooden arbeid, in kapitaal, zich zelve in grootere waarde omzettende waarde, een bezield monster, dat begint te „werken" alsof het door geslachtsdrift ware bezeten." " Waar nu verder het arbeidsproces telkens wordt opgevat als een proces, waarin de arbeid voortdurend uit den vorm van beweging overgaat in dien van rust, in dien van behchaming, en waar „de mensch zelf, beschouwd als enkel verpersoonlijking van arbeidskracht — de zuiver marxistische voorstelling — is een natuurvoorwerp, een ding, hoewel een levend, zelfbewust ding, en de arbeid zelf zakelijke uiting van die kracht is", wordt het inzicht duidelijk, dat Marx heeft van een arbeidsuur, d. i. „het verbruik der levenskracht van den spinner gedurende een uur": het is als het ware alsof de arbeider tüdens het arbeidsproces overgeheveld wordt in het arbeidsvoorwerp, inzooverre hü een bepaalde hoeveelheid arbeid, afgezien van büzonderen inhoud, doel en technischen aard van dien arbeid, toevoegt aan, doet overgaan op het arbeidsvoorwerp met behulp van het arbeidsmiddel.1)

In nauw verband hiermee staat de onderscheiding, die Marx maakt tusschen konstant en variabel kapitaal: de doode produktiemiddelen, d.z. grondstoffen, hulpstoffen en arbeidsmiddelen, veranderen niet van waardegrootte in het arbeidsproces, omdat de waarde van het produktiemiddel eenvoudig terugkeert in de waarde van het produkt, zij het in een anderen gebruiksvorm; de produktieve arbeid zet nl. de produktiemiddelen om in de bestand deelen van een nieuw produkt, zoodat er met hunne waarde een „zielsverhuizing" plaats heeft. „Uit het vergane üchaam gaat zü in het nieuw gevormde over": de in de doode produktie-

i) Men vergelijke hierbij Marx, Theorien Ober den Mehnweri, herausgegeben von K. Kautsky: „Der Begriif der Ware schlieszt eiber ein, dasz sich die Arbeit verkörpert, materialieiert, realisiert in ihrem Produkt. Die Arbeit selbst in ihrem unmitteïbaren Dasein, in ihrer lebendïgen Existeniz, kaam nicht unimittelbar als Ware gefaszt werden, eondern nur die Arbeitskraft, deren temporare Auszerung die Arbeit eeïbst ist". (Internationale Bibliothek, I, blz. 277).

45

Sluiten