Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wusztsein oder Erkenntnisvermögen nennt, trefflich gescbildert zu haben ist das Akquisit der Philosophie." *)

Op geen ander punt zoozeer als dit stelt de wijsbegeerte van Dietzgen teleur; wel blijkt telkens, dat hij met name van de denkbeelden en theorieën, door Kant ontwikkeld, kennis genomen heeft, maar verder dan deze uiterlijke kennismaking is hij niet gekomen: zoo is het inzicht in en de strekking van de uitdrukking „Dinge an sich", de vertaling van Locke's „things themselves", hem vreemd gebleven, en hu' komt dan ook tot de eigenaardige gevolgtrekking, dat, „nehmen wir als „Ding an sich" die Welt, so versteht es sich leicht, dasz die Welt „an sich" und die Welt, wie sie uns erscheint, die Erscheinungen der Wek, nicht weiter verschieden sind, wie das ganze und seine Teile." Te verwonderlijker is deze redeneering, omdat uit tal van plaatsen blijkt, dat ook Dietzgen onderscheid maakt tusschen inhoud en voorwerp der waarneming; zoo schrijft hij:

„Jede bestimmte Vorstellung, jedes wirkliche Denken ist identisch mit seinem Inhalt, aber nicht mit seinem Gegenstande".

„Wir sehen nicht die Dinge selbst, sondern ihre Wirkungen auf unsere Augen: wir sehen ihre Krafte."

„Jede Erscheinung ist Produkt von Subjekt und Objekt."

De consequenties van dit inzicht, het onderscheid tusschen de wereld, zooals wij die waarnemen, en de wereld „an sich", aanvaardt hij echter niet: 2) achter de uitdrukking „Dinge an sich" denkt Dietzgen zich allerlei mystieks en transcendents verscholen.

„So schüeszt der Naturforscher", aldus schrijft hij verder, „welcher praktisch die Erkenntnis der Sache in emsiger induktiver Erforschung ihrer Wirkungen sucht, jedoch seinem Mangel an Theorie in Sachen der Logik mit dem spekulativen Glauben an ein verborgenes „Ding an sich" aushilft." 3) Het is niet tot hem doorgedrongen, dat voor de kritische theorie der ervaring deze Kantiaansche uitdrukking niet beduidt hoogere zelfstandigheden of bovenzinnelijke dingen, maar voor-zinnelijke dingen, de dingen vóór en buiten hun verschijning voor een zinnelijk wezen, of, om

') Siimteldche Schriften, Band II, blz. 285.

Over Dietzgen vergelijke men Karl VorUtnder, Kant und Marx, Ein Beitrag zur Philosophie des Sozialismus, blz. 88—103. 8) Men zie Dr. C. H. Ketner, „Josef Dietzgen, een socialistisch wijsgeer", blz. 44. ») Samtliohe Schriften, I, blz. 28.

Een tweede, Dietzgen's geheele systeem beheerschende fout Bit 'hierin, dat hij zich met schijnbegrippen tevreden stelt, wanneer hij zoekt naar de kennis van het wezen der dingen, en dit als gevolg van zijn voorstelling ivan de werk-

56

Sluiten