Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geringe waardeering, die Marx dan ook heeft voor eenige,4deologie", blijkt reeds uit de voorrede tot de tweede uitgave van „Het Kapitaal", waar bij met instemming de kritiek van den Petersburgschen Europeeschen Bode citeert: „Als het bewuste element in de beschavingsgeschiedenis een zoo ondergeschikte rol speelt, dan spreekt het vanzelf, dat de kritiek, waarvan het voorwerp de beschaving zelve is, minder dan iets anders eenigen worm of eenigeuitkomst van het bewustzijn tot grondslag kan hebben. Dat wil zeggen, niet de idee, maar enkel het zichtbare verschijnsel kan haar uitgangspunt zijn." Marx, in het vervolg van deze voorrede,, accentueert dit beginsel nog eens, door te spreken van „het leven van de stof, zooals zich dit weerspiegelt in de ideeën; het bewuste leven, dat zich openbaart in gedachten, gevoelens, wilsuitingen, voornemens, heeft voor hem slechts het karakter van een schaduwof spiegelbeeld, hetwelk geen reëel, eigen bestaan heeft: het is efn nevenverschijnsel, een epiphaenomenon, hetwelk alleen causaal verklaard kan worden. „In de novelgewesten van de theologische wereld schijnen de producten van het menschelijk brein met eigen leven begaafde, tot elkaar en tot de menschen in betrekking staande zelfstandige gedaanten", schrijft Marx in het hoofdstuk over „Het afgodskarakter van de Waar en zijn Geheim": inderdaad zijn zij voor hem niets anders dan mechanische of organische processen, die ook, en met name in hun karakter als geestelijke functies, tot op hun laatste rest langs materieelen weg via de ontwikkeling van de stoffelijke produktie „verklaard" kunnen worden.

Kortom: de natuurwetenschap der bewustzijnsverschijnselen aanvaardt het beginsel, dat met mechanische, chemische of biologische processen bewustzb'nsverschijnselen gepaard gaan, en, evenmin als de natuurwetenschap zelf, prefereert zij en waardeert zij, maar neemt eenvoudig waar en verklaart. „De eene bewustzijnstoestand heeft voor haar niet meer waarde dan de andere. Zij plaatst ze alle, zonder uitzondering, op gelijke lijn.

in dezen ain, (dat „ „Natur" und „Geist" sich uns somit nicht izeigen ais absolute Gegensatze, sondern sie sind, im weitesten Sinne, nur die beiden Seiten oder Betrachtungsweisen einer einheitlichen Wirklichkeit", dan wil Dietzgen van de tegenstelling tusschen materialisme en idealisme zelfs niet weten: „das Sehen selbst ist pure Kraft. Das Sehen ist so viel Wirkung des Gegenstamdes, als Wirkung des Auges, eine Doppelwirkung, und Wirkungen sind Krafte."

Het geestelijk proces, dat de netvliestrillingen tot bewustzijnsverschijnsel maakt, is voor hem dus eenvoudig een materieel* kracht.

63

Sluiten