Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter kenschetsing van wat naar zijn opvatting het wezen van den godsdienst is. „Die Religion ist die Reflexion, die Spiegelung des meuschlichen Wesens in sich selbst". .— „Gott ist der Spiegel des Menschen"; *) en zoo weinig kan aanadeze ideologie originairè beteekenis worden toegekend, dat godsaienst eigenlijk niets anders is dan de uitdrukking van een gevoelsverhouding tusschen mensch en mensch, welke — naar de woerden'«san Erugels — „bisher in einem phan tastischen Spiegelbild der WirkMchkeit — in dër Vermittltfng durch einen oder viele Götter, ph'antastische Spiegelbilder menschlicher Eigenschaften — sein Wahrheit sticht."

Zelfs als men de voorstelling aanvaardt, dat met mechanische, stoffelijke processen bewustzu'nsverschijnselen gepaard kunnen gaan — naar mijn meening merkt de Sopper volkomen juist op, dat wat in zijn wezen onstoffelijk en onruimtelijk is, voor altijd oimerleidbaar is tot wat in zijn wezen uitsluitend stoffelijk en ruimtelijk is —, is het omzetten van het materieele in het ideëele een veel te gecompliceerd proces, dan dat het eenvoudig vergeleken zou kunnen worden met en verklaard worden door de weerspiegelingsthëörie; bovendien op zichzelve beschouwd, is deze vergelijking niets meer dan een hulpmiddel om het menschelijk voorstellingsvermogen in bet onzienlijke tegemoet te komen. Zich op het standpunt stellende, dat „dte stoffelijke, zinnelijk waarneembare wereld, waartoe wij zelf behooren het eenige werkelijke is, en dat ons bewustzijn en denken, hoe bovenzinnelijk het moge schijnen, het prödukt is van een stoffelijk, lichamelijk orgaan, de hersenen", geeft Marx zich alleen moeite voor één zaak, nl. door nauwkeurig wetenschappelijk onderzoek de natuurnoo<izakelijkheid van bepaalde ordeningen in de maatschappelijke toestanden aan te wijzen, en zoo onberispelijk mogelijk de feiten te constateeren, die hem tot uitgangs- en steunpunt dienen. Het betreden van het rijk van de zuivere gedachte, de leer van de wetten van het denkproces zelf, de logica en de dialektiek, zooals Engels dit ergens omschrijft, lag geheel buiten dè bedoeling van Marx en hemzelven: de schrijver van „Het Kapitaal" beziet den mensch zuiver en alleen vanuit den naturalistischen gezichtshoek, hij stelt zich daarbij principieel op het standpunt der naturalistische wereldbeschouwing, aan welke hij alleen en uitsluitend waarheidswaarde toekent, en, om de verhouding tusschen denken en zijn duidelijk te maken, bedient

') Aangehaald (door Woltmaoin, t.a.p. blz. 287.

73

Sluiten