Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij zich van de theorie van het spiegelbeeld, maar met de eigenlijke beteekenis en strekking van dit beeld houdt hij zich niet op. Het inderdaad eenige werkelijke is voor hem de stof, en het geestelijk leven^ zich openbarende in geheel de reeks van bewustzijnsverschijnselen, heeft slechts een schijnbestaan, is niets meer dan een begeleidingsverschijnsel van het eenig werkelijke. Zelfs Feuerbach, die het christelijk godsbegrip aanvaardt als een phantastischen reflex op, als het spiegelbeeld van den mensch zelf, is er niet in geslaagd — aldus Engels — om het eigenlijke wezen van den mensch bloot te leggen: „nun aber ist dieser christhche Gott selbst das Produkt eines langwierigen Abstraktionsprozesses, die konzentrirte Quintessenz der früheren vielen Stammes- und Nationalgötter. Und dementsprechend ist auch der Mensch, dessen Abbild jen er Gott ist, nicht ein wirklicher Mensch, sondern ebenfalls die Quintessenz der vielen wirklichen Menschen, der abstrakte Mensch, also selbst wieder ein Gedankenbild." *)

Eerst Marx in „Die heilige Familie" is, door het Feuerbachiaansche standpunt heen, gekomen tot het inzicht in de beteekenis van de werkelijkheid: „der Kultus des abstrakten Menschen, der den Kern der Feuerbach'schen neuen Religion bildete, muszte ersetzt werden durch die Wissenschaft von den wirklichen Menschen und ihrer geschichtlichen Entwicklung", en Joseph Dietzgen heeft de wijsgeerige fundeering gegeven, waarop de sociaal-demokratische philosophie is gebaseerd, hij heeft de materialistische dialektiek „entdeckt", welke het kenmerk is der sociaal-democratische „SpeziaJphilosophie".

In het kort, de eenige, ware, allesomvattende werkelijkheid is de

») Allicht ten overvloede vestig ik er de aandacht op, dat in de voorstelling, die hier gegeven wordt van „den werkelijken menseh", dezelfde fout gemaakt wordt, die schering en inslag is in de geheele gedachtencomstructie van Dietzgen: om tot het wezenlijke van een .begrip te komen — aldus onze arbeiderwijsgeer — moeten wij het algemeene uit het bijzondere opbouwen (tvgi. (blz. 54). „Die Analyse des Begriffe besteht in der Erkenntnis des Gemeinschaf tlichen oder Allgemeinen der besonderen Teile seines G eg e n s t a n d e s:" Das Wesen der mensehlichen KopfarbeSt, Samtliche Schriften, I, blz. 18.

Dr. Mankes—Zernike omschrijft dit begrip -van een ding, hetwelk voor Dietzgen izelf6 geldt als „het wezen der dingen", niet onaardig als „de grootste' gemeene deel er van alle ervaringen aangaande dat ding", (blz. 64).

Dezelfde denkfout, die zoowel Engels als Dietzgen maken bij de bespreking van „das Ding an sich", kan ook hier aangetoond worden.

74

Sluiten