Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stof, en de werkelijke mensch, der wirkliche, lebendige Mensch, is een natuurprodukt, het voortbrengsel van een lang ontwikkelingsproces uit een oorspronkelijk klein getal eencellige kiemen: met de verzekering, dat wij „die wirkliche Welt — Natur und Geschichte — so aufzufassen haben, wie sie sich selbst einem Jeden giebt", en waarbij Engels, de idealiteit als een „idealistische Schrulle" qualificeerend, het wijsgeerig probleem, wat wij als de werkelijkheid hebben te beschouwen, geheel onzuiver stelt, met deze verzekering aanvaardt hij zijn materialistisch standpunt, waaraan hij in de allereerste plaats den naam van Marx verbindt. *)

In het kader van een dergelijke voorstelling is het duidelijk, dat van een geestelijke causaliteit, d. i. van direct oorspronkelijke en oorzakelijke verhoudingen van geestelijke factoren nooit sprake kan zijn 2): onze reeksen van gewaarwordingen, als wilsbesluit en overtuiging, zijn in de wereld van de objecten der natuurwetenschap, het mogen psychische of physische zijn, niets meer dan een terugslag op een bepaald naturalistisch, en "dan met name een hersenproces, hetwelk op zün beurt weer tot stand is gekomen overeenkomstig natuurwetenschappelüke of meer büzonder biologische wetten, uit daaraan voorafgaande stoffe-

*) Het verwijt van bekrompenheid, dat Engels aan „den Philister" richt, die onder materialisme verstaat „Fressen, Saufen, Augenlust, Fleischeslust und hoffartiges Wesen, Geldgier, Geiz, Habsuoht, Profitmacherei und Börsensehwindel, kurz alle die schmierigen Laster, denen er selbst im Stillen freut", keert zich hier tegen hemzelf, Waar hij het idealisme qualificeert als een denkbeeldige gril of kuur: het materialisme wil hij opgevat zien in zijn wijsgeerige, wetenschappelijke beteekenis, uitdrukkelijk ontdaan van het minderwaardige en onaangename karakter, dat dn het gewone spraakgebruik aan het woord materialisme wordt toegekend, maar het idealisme, de idealiteit, is hem niets anders dan de gekristalliseerde „weeïge bijsmaak", waardoor deze term in het leven van allen dag wordt gekenmerkt.

Verklaarbaar is dit standpunt in zooverre, dat Engels, noch Marx, noch Dietzgen,'het tot een inzicht hébben kunnen brengen in de wijsgeerige beteekenis en strekking van den term idealisme of idealiteit, waaraan zij hoogstens het karakter van een „Aberglaube" toekennen, (vgl. Ludwig Feuerbach, enz., blz. 23).

*) Men ondersc.heide hier intusschen goed: ook de psychische natuurweten schap als natuurwetenschap der bewustzijnsverschijnselen biedt, evenmin als de mathematische natuurwetenschap, aan waarden eenige plaats. De erkenning van het psychische, waar men van waardeverschillen afziet, staat niet gelijk met de erkenning van het geestelijke.

75

Sluiten