Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke toestanden, die in den vorm van nadenken of motiveeren zich in ons bewustzijn deden kennen. Om het geestelijk leven op zijn juiste waarde te beoordeelen, schrijft Heymans zoo duidelijk, dat „die Sache liegt demnach ahnlicb, wie wenn einer etwa die Kollision zweier Körper nicht direkt, sondern blosz im Spiegel oder an den auf einen Schirm geworfenen Schatten derselben beobachten k.önnte, und nun glaubte, dasz die Spiegelbilder oder Schatten selbst einander zurückstoszen." *)

Op het terrein van de bewustzijnsverschijnselen is alzoo binnen het kader van de materialistische levens- en wereldbeschouwing buiten oorzaaksbeschrijving geen weetbare waarheid: waar de gesloten natuurcausaliteit zich ook doet gelden op het gebied van het geestelijk leven, passen zelfstandige „ideologische" invoegsels daarin evenmin als in een natuurkundig of scheikundig betoog. Voor een geloof in spontaneïteit is hier geen plaats: het concrete, individueele, persoonlijke, kan binnen dezen gedacbtenkring niet worden aanvaard. „Der Geist wird wie eine Last nachgeschleppt, passiv und ohne eigene Schaffenskraft und Eigeninteressen — immer nur Produkt und nimmer Produzent. Das ist die litterarisch nachweisbare ricbtige Darstellung der materialistischen Geschichtsauffassung, und wenn einige Marxisten das Gegenteil von dieser Degradierung des Geistes im sozialen und geschichtlichen Leben behaupten, so ist das nicht mehr — marxistisch." 2)

De uiterst geringe waardeering van Marx zoowel als van Engels van het geestelijk leven komt dan ook in beider arbeid telkens; schril aan den dag: zoo schrijft Marx met name, dat, zooals de mensch in het kapitalisme beheerscht wordt door het maaksel van zijn eigen hand, hij in den godsdienst beheerscht wordt door het maaksel van zijn eigen hersens.

Vooral ter verduidelijking van de analyse van de waarde en de meerwaarde bedient Marx zich bij voorkeur van religieuse en

') Zie „Einfiilhrung in die Metaphysik", Der Inhalt des Materialismus, blz. 115.

2) Aldus Woltmann, t.a.p. blz. 236 en 237.

In denzelfden zin Treuib, „Het wijsgeerig-eeonomisoh stelsel van Karl Marx", I, blz. 89 (Passiviteit van den geest).

76

Sluiten