Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijbelsche voorbeelden: met name is voor hem de bijbel, die „als gebruiksvoorwerp ba het huis des wevers gaat, om daar te bevredigen de behoefte aan stichting", een waar, gelijk een andere waar, en die ten tooneele van het ruilproces, de warenmarkt, verschijnt als waar met de hem eigen nuttigheid; ba het hoofdstuk over de circulatiemiddelen heet het, dat „het circulatieproces: tinnen — geld — bijbel, voortdurend geld uitzweet", terwijl de bijbelverkooper, — de dorstige bijbelagent —,J die aan het nuttige de voorkeur geeft boven het aangename, de van den wever ontvangen 2 Pd. St, omzet in brandewijn, en zoo deelneemt aan het ruilproces: bijbel — geld — brandewijn, hetwelk niets anders is dan een bijzondere verschijningsvorm van het algemeene ruilproces: waarde — geld — waarde.

Ter verklaring van het feit, dat de waarde wordt aangroeiende waarde, aangroeiend geld en dus kapitaal, bedient Marx zich van de volgende toeHchting: „De waarde van de waren onderscheidt zich als oorspronkehjke waarde van zich zelve als meerwaarde, gelijk God de Vader zich van zich zeiven onderscheidt als God den Zoon, en beiden zijn van denzelfden leeftijd, en vormen inderdaad maar één persoon, want alleen door de meerwaarde van 10 Pd. St. worden de voorgeschoten 100 Pd. St. tot 'kapitaal, en zoodra zij dit geworden zijn, zoodra de Zoon en, door den Zoon, de Vader voortbrengt, verdwijnt het onderscheid weer en zijn beiden geworden tot één: 110 Pd. St." *)

Reeds in de voorrede bij de eerste uitgave van „Het Kapitaal" doet Marx van deze minachting voor het godsdienstig leven blijken, waar bij schrijft, dat „de Engelsche Staatskerk eerder den aanval op 38 van haar 39 geloofsartikelen vergeeft, dan op 1/39 van haar inkomen," en in zijn hoofdwerk zelf zijn hem alle uitingen van het geestelijk leven, alle waarden, op welk gebied zij zich ook mogen voordoen, tot verklaringsobjecten geworden, die hij wegredeneert, wegverklaart, daaraan alle geldigheid ontzegt.2) De geest, als eigenlijke drager van, als zelf-

1) Deze gedachteneonetructie is zuiver Hegeliaansch, en doet zelfs in haar terminologie denken aan de voorstelling, waarin Hegel de leer der drieëenheid begrijpt. Ik kom hierop in het derde hoofdstuk nader terug.

2) Zelfs voor Robinson is bidden eigenlijk een onwezenlijke bezigheid: het is voor hem geen „nuttige arbeid", maar hij doet het, „omdat hij daarin behagen schept en zoodanige bezigheden als uitspanning beschouwt".

Inderdaad: godsdienst en socialisme zijn onvereenigbaar.

77

Sluiten