Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— dat het nu aan den geest is, deze zelfstandig voort te zetten;" dat „op een zekere hoogte van ontwikkeling in de plaats van het fatale, mechanische moeten treedt — het organische moeten, de autonomie van het bewustzijn,"*) is dit een beroep doen op factoren, van wier werkelijke beteekenis en reëele strekking Marx zóó weinig overtuigd was, dat hij gerechtigd meende te zijn, deze als „willekeurige gedachtenvoortbrengsels", als „maaksels van 's menschen eigen hersenen", kortom als eenige minderwaardige ideologie, wier inhoud en kracht volkomen bepaald wordt door hun materialistisehen ondergrond, ter zijde te kunnen schuiven.

Het fundamenteele belang van deze als onschuldige interpretatie voorgestelde aanvulling van de leer van Marx springt des te duidelijker in het oog, wanneer wij bedenken, dat de richting in het socialisme, die zich als het revisionisme aandient, ook bier principieel afwijkt van het marxistische uitgangspunt: Bernstein, die met evenzoovele woorden erkent de zelfstandige beteekenis van ethische momenten en motieven,2) en o.a. nadruk legt op het primaire, groote belang van den psychologischen factor in den arbeid,3) kan zich niet thuis gevoelen in de materialistische constructie van het waardebegrip, zooals de schrijver van „Het Kapitaal" die geeft.

Op dit principieele punt kom ik later terug: het belang van de zaak vorderde er reeds hier in het algemeen de aandacht op te vestigen.

*) Zie haar artikel: „De geest en 'het historisch materialisme", in de Tribune van 1917.

Zelfs meent zij, dat „nu de idee harerzijds scheppende kracht moet krijgen; — dat izij, en het hart, de gezindheid en de wil, op hun beurt vöór de stoffelijke, technische voorwaarden uit moeten vliegen": dit gaat lijnrecht in tegen de leer van Marx.

s) Vgl. zijn „Das realistische und ideologische Moment im Sozialismus", II, Neue Zeit, 1897/98, blz. 392.

*) Het Revisionisme in de Sociaal-democratie, blz. 26.

79

Sluiten