Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eenig werkelijke: deze laatste vormen het alleen positieve en richting gevende moment bij de beoordeeling der maatschappelijke toestanden, zij zijn, naar de omschrijving van Stammler, „als Materie des sozialen Lebens, das wahrhaft Reale, die wirkliche Substanz desselben".*)

Er zijn verschillende uitdrukkingen in den arbeid van Marx, die als een rechtsteeksch bewijs voor deze stelling aangevoerd kunnen worden; ik verwijs in de eerste plaats naar de. voorrede van zijn „Zur Kritik der politischen Ökonomie", waar wij o.m. lezen: ,JCs ist nicht das Bewusztsein der Menschen. das jhrjSeim. sondern umgekehrt ihr gésellschaftliches Sein, dasz ihr Bewusztsein bestimmt."

Deze zinsnede, fundamenteel naar opzet, strekking en inhoud, vervult in de theorie van het historisch materialisme dezelfde rol als, in het metaphysisch monistisch materialisme, de hierboven als uitgangspunt genomen zin uit de voorrede bij de tweede uitgave van „Het Kapitaal": Das Ideelle ist bei mir nichts andres als_ das_jm Menschenkopf umgesetzte und ülieaasigte_Jtf^erielle'': zij is albeheerschend en albeslissend ten aanzien van elk vraagstuk, dat rijzen kan op het geheele gebied der maatschappelijke verhoudingen, en geeft door haar absolute draagwijdte de richting aan, waarin alleen een oplossing gezocht en gegeven kan worden van elke sociale kwestie, welke ook.2) Op het gebied van het maatschappelijke, gelijk van het mdividueele leven, heeft men zich n.1. vóór alles rekenschap te geven van wat onder de eigenlijke, de ware werkelijkheid begrepen moet worden, en eerst wanneer men ten aanzien van dit principieele punt met zich zeiven tot overeenstemming gekomen is, kan men inzicht krijgen in strekking en beteekenis der sociale verschijnselen, kan men wezen en schijn uit elkaar houden en het oorspronkelijke, primaire verschijnsel van

») Wirbsöhiaft und Recht, Mz. 23.

2) Salter, dn izijn „Karl Marx and modern socialdam", geeft ook blijk te gevoelen, dat het systeem van „Het Kapitaal" een wijsgeerig systeem ds; hij schrijft, dat „there is in Marx' reasoning something rather (Scholastic, reminesoent of Abelard or St. Thomas Aquinas, when he disputes about the properties of things, and tmakes his metaphysical abstractions, and looks almost as if he was going to involve us in a controrversy about the Realdty of Unwersals" (blz. .77 en 78). Verder dan deze uiterlijke aanraking komt Salter echter (niet; verklaarbaar As dit, in zooverre wij bij dezen „practóschen" (Engelschman lezen, dat „this love of abstract speeulation, though it bas helped to secure the supremacy of Marxian ddeas, bas been, rvery naturally (!), a real source of weakness also". (blz. 160).

81

6

Sluiten