Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gesloten, absolute karakter van Marx' gedachtengang komt draidelijk naar voren, waar hij den ehristelijken godsdienst nader gaat kwalificeeren en in zijn eigenlijke wezen ontleden; voor een maatschappij van warenproducenten, wier algemeen maatschappelijke prodnktieverhoudingen daarin bestaan, dat zij tot hunne produkten als waren, dus als waardemassa's staan, en in dezen zakelijken vorm de soorten van hun persoonlijken arbeid tegenover elkaar stellen als gelijken menschelijken arbeid, past een andere godsdienst dan een primitieve natuur- of volksgodsdienst, en wel een godsdienst, welks inhoud een terugslag op, een weerspiegeling is van het werkelijke, alléén voor zich zelf bestaande kenmerk der tegenwoordige maatschappij —, nl. den warenvorm van het arbeidsprodukt of den waardevorm van de waar. Aangezien de waarde, die elk arbeidsprodukt in een maatschappelijken hieroglypb. verandert, niets anders is dan een massa gestolde ongedifferentieerde arbeid, en de gelijkstelling van verschillenden arbeid slechts kan ontstaan door af te zien, door te abstraheeren van zijn werkelijke ongelijkheid in de reductie op het gemeenschappelijk karakter, dat hij als gebruik van menschelijke arbeidskracht, als abstracte menschelijke arbeid, bezit, is een der kenmerken van het Christendom, vooral in zijn burgerlijke ontwikkeling, het Protestantisme, het Deïsme enz., zijn vereering van den abstracten mensch; waar nu de warenproducenten in den ruil hun verschillenden arbeid tegenover elkaar stellen als gelijken menschelijken arbeid, en het warenlichaam „geboren gelijkmaker en onverschillige is", weerspiegelt deze werkelijke gedaante van het maatschappelijk produktieproces zich in den ehristelijken godsdienst als het leerstuk van de gelijkwaardigheid van alle menschen voor God. *)

Aangezien ten slotte voor „den bourgeois de warenwereld het

*) Tegen ihem, die Marx zou willen voorhouden, dat deze „Reduktion der Arbeit auf einfaehe, sozusagen qualitatslose Arbeit" een abstractie is, welke ia zijn* dl» de werkelijkheid wortelende levensleer, op zijn zachtst gesproken, niet past, voert (hij reeds in.' zijn „Zur Kritik", aan, dat „diese Reduktion erseheint als eine Abstrafctdon, aber eine Abstraktion ist, die in dem gesellschaftlichen Produktionsprozesz taglich vollzogen wird. Die Auflösung aller Waren in Arbeitszeit ist 'keine grössere Abstraktion, aber zugleich keine minder reelle, als die aller organischen Körper in Luft. Die Arbedt* die so gamessen ist Üureh die Zeit, erscheint dn der Tat nicht als Arbeit verschiedener Sub» jekte, sondern die verschiedenen arbedtenden Individuen erscheinen vielmehr als blosse Organe der Arbeit. Oder die Arbeit, wie sie sich in Tauschwerten

93

Sluiten