Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe zuiver materialistisch Marx ook hier weer zijn betoogtrant heeft opgezet, blijkt overtuigend uit het verwijt, dat ha' tot

la mesure oü elle est la synthese des faits réels"; als ééniige realiteit, eis éénig feit, waar hij rekening imee houdt — en in zooverre is zijn theorie iveel minder euiver gefundeerd dan die van Marx —, noemt hij „la force des plus fort» dominant la fadlblesse des plus faiWes".

Voorstellingen en systemen, die het fundament van den staat zoeken in het geestelijke, hebben voor Duguit dan ook geen werkelijke ibeteefcenis: „droit divin, volonté sociale, souveraineté nationale, autant de mots sans valeur, autaet de sophismes, dont les gouvernants veulen* leurrer leurs sujets et se leurrent souvent eux-mêmes"; al die theorieën „n'ont rien de scientifique, dl y a da jeu d'esprit et pas lautre ehose. Or, ce sont da purs concepts de 1'esprit dénués de itoute réaiité positivo". En zoo komt hij tot zijn ,ydoctrine réaliste et positinre:"

„Pour nous 1'Etat est un simple fadt; il est ce fait que Idans une collectivdté détermdnée il y a une différenciatdon telle qu'mn groupe des plus forts formule le droit, le sanctdonne, organise et controle les services publies".

Ook Duguit verwerpt dus eigenlijk het staatsbegrip als „selhstandige Staatsgewalt"; toch zal hij, overeenkomstig het spraakgebruik, zich echter nog vaak van het woord „staat" moeten bedienen, „mads dd est bien entendu que dans notre pensee ce mot dêsignera, non podnt cette prétendue personne oodleotive et souveraine qui est un fantóme, mais les hommes réels qua en fadt détierment la force".

(Vgd. Tomé premier, Théorie générale de 1'Etat, Introduotion).

Veel minder consequent dan Marx, die 6ok den inhoud van het recht terugbrengt tot een eoonomisohe verhouding, wil Duguit den staat binden aan „het recht": als irreëel begrip redeneert hij den staat dus eerst weg, lost de «taatsidee op in een feitelijke machtsverhouding, om daarna la regie de droit — toch ook een onwerkelijk begrip en als zoodanig een „pur concept de d'esprit, dénué de toute réaiité posirtive" — langs een achterdeur weer binnen te halen.

In ons land is een aanhanger van de feitelijke staatstheorie Prof. Dr. Star Busman, die dn een hoofdartikel van het W. v. h. R., getiteld „Rechtspersonen", met instemming de meening aanhaalt van den oud-minister Prof. Dr. van Gijn, die den staat vereenzelvigt met de menschen zelf, hem noemt „een door bemiddeling van een fictie door juristen geschapen en slechts in ons brein bestaand ilichaam". (W. 10460).

Vloor Star Busman is „evenals de private rechtspersoon, de Staat een collectief begrip, maar evenmin als deze heeft hij een afzonderlijken, reëelen inhoud. Het zijn de menschen zelf, wier streven zich in die gemeenschap uit: „1'Etat c'est nous".

Tegen deze opvatting heb ik mij o.a. verzet in W.. 10478 en 10484.

Vgl. over den strijd inzake het begrip der rechtspersoonlijkheid de Handelingen van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts, Ille stuk, en die der Jurdstenvereeniging 1920.

102

Sluiten